5 april 2026

Erasmix

Mediaplatform voor studenten

Leveren opsporingsberichten iets op? “Als mensen het zien, zal misschien toch iemand een tip kunnen geven.”

De Nederlandse politie zet tegenwoordig hologrammen in om vermiste personen op te sporen. Een realistisch 3D-model wordt verspreid om zo gerichter te kunnen zoeken. In België doen we dit niet: hier blijven klassieke opsporingsberichten op televisie en posters in het straatbeeld de belangrijkste kanalen.

Een persoonsbeschrijving, een vermelding van de locatie en een overzicht van de kledij: plots wordt je televisiemoment onderbroken door zo’n typisch opsporingsbericht. Bij onze noorderburen gaan deze onderbrekingen nu soms gepaard met hologrammen die een nog specifieker beeld schetsen van de vermiste persoon. Volgens An Berger, woordvoerster van de federale politie, is daar in België voorlopig geen nood aan. “Aan de hand van klassieke opsporingsberichten wordt in ons land 95 procent van de vermiste personen teruggevonden”, vertelt ze tevreden. Ze voegt eraan toe dat elke extra persoon die wordt gevonden natuurlijk een pluspunt is, maar dat de nood aan hologrammen momenteel nog niet groot is.

Negentien jaar geleden werd Annick Van Uytsel vermoord. Van hologrammen was toen nog geen sprake, maar Eddy en Martine, de ouders van Annick, hebben veel gehad aan de opsporingsberichten. In Diest werden posters aan winkels en bomen opgehangen, waardoor de hele stad op de hoogte was. “Als mensen het zien, zal misschien toch iemand een tip kunnen geven”, hoopte Martine toen. Het was bovendien de eerste verdwijningszaak waarbij Child Focus foto’s verspreidde via de verkooppunten van de Nationale Loterij.