
Steeds meer ouders kiezen voor Nederlandstalig onderwijs in een stad waar meer dan honderd talen samenkomen. Het Nederlands blijft groeien in de hoofdstad, maar krijgt een andere rol.
Op de speelplaats van basisschool Klavertje Vier, vlak bij Tour & Taxi, lopen Nederlands, Frans, Engels en Arabisch voortdurend door elkaar. Twee jongens discussiëren in het Frans over een voetbalwedstrijd, terwijl een meisje even later overschakelt naar het Nederlands wanneer een leerkracht haar aanspreekt. “Tijdens hun vrije momenten vallen kinderen vaak terug op hun thuistaal”, vertelt directrice Barbara Van de Vreken. Toch zitten al deze kinderen in het Nederlandstalig onderwijs.
Het Nederlandstalig onderwijs groeit al jaren sterk in Brussel. Sinds 2000 steeg het aantal leerlingen met bijna 58 procent, van ongeveer 34.000 naar meer dan 53.000 leerlingen. Tegelijk wordt Brussel steeds meertaliger. Volgens de laatste Taalbarometer van BRIO Brussel worden er vandaag meer dan honderd talen gesproken in de hoofdstad en groeit ongeveer de helft van de Brusselaars op in een taalgemengd gezin.
Nederlands als kansentaal
Ook bij basisschool Klavertje Vier zien ze een evolutie. Van de 319 leerlingen spreken er 254 thuis geen Nederlands. Toch kiezen ouders bewust voor een Nederlandstalige school, zegt Van de Vreken: “Nederlands is geen makkelijke taal om te leren. Ouders willen dat hun kinderen later kunnen meedraaien in de maatschappij en evenveel kansen krijgen als kinderen van wie Nederlands de moedertaal is. Daarnaast groeien veel kinderen in Brussel al op met het Frans als voertaal waardoor naar een Nederlandstalige school gaan een kans is om een nieuwe taal bij te leren.” Zo blijkt uit een onderzoek van ACTIRIS – VIEW.BRUSSELS dat één op de twee jobaanbiedingen kennis van de andere landstaal vraagt in Brussel. Kennis van meerdere talen opent vandaag veel deuren.
De groei van het Nederlandstalig onderwijs blijft ook bij de overheid niet onopgemerkt. Vanaf het schooljaar 2026-2027 ontvangen Brusselse scholen ongeveer 5,7 miljoen euro extra middelen om het Nederlands te versterken. Daarnaast volgen 139 Brusselse scholen een opleiding tot taalexpert Nederlands binnen het taalpakket ‘Ieder Kind Taalheld’. Hiermee wil de Vlaamse overheid sterker inzetten op taalondersteuning en de positie van het Nederlands in Brussel beschermen.
Meertaligheid als Brusselse realiteit
Toch blijkt de Brusselse realiteit complexer dan de klassieke tegenstelling tussen Nederlands en Frans. Volgens Wim Vandenbussche, professor Nederlands en algemene Taalkunde aan de VUB, hoeft meertaligheid geen bedreiging te vormen voor het Nederlands. “Het Nederlandstalig onderwijs werkt in Brussel als een meertaligheidsmachine. Ouders sturen hun kinderen bewust naar Nederlandstalig onderwijs zodat ze meerdere talen leren beheersen.” Ook directrice Van de Vreken volgt deze visie. “Vaak wordt gedacht dat je moet kiezen tussen een sterke kennis van het Nederlands of meertaligheid, maar het is een en-enverhaal. De promotie van het Nederlands en meertaligheid gaan hand in hand en versterken elkaar.”
Ook in het dagelijkse leven wordt meertaligheid een norm. “Officieel mag dienstverlening in Brussel enkel in het Nederlands en Frans gebeuren, maar in de metro van de STIB-MIVB worden boodschappen vaak ook in het Engels omgeroepen. Dat is eigenlijk niet volgens de wet, maar niemand stoort zich daaraan omdat het werkt”, zegt Vandenbussche. “Meertaligheid helpt mensen gewoon sneller hun weg te vinden in de stad.”
Een rijke thuistaal
In de klassen van basisschool Klavertje Vier staat Nederlands centraal. Leerkrachten spreken leerlingen bewust aan in het Nederlands en proberen hen ook te stimuleren om in het Nederlands te antwoorden. Toch merken ze dat kinderen tijdens informele momenten, zoals op de speelplaats, vaak terugvallen op hun thuistaal. “Kinderen die dezelfde taal spreken, zoeken elkaar sneller op en kunnen zich dan vrijer uiten”, vertelt Van de Vreken.
Volgens haar gaat de school daar bewust positief mee om. “Kinderen worden nooit gestraft wanneer ze een andere taal spreken. In plaats daarvan proberen leerkrachten het Nederlands telkens opnieuw te koppelen aan de thuistaal van het kind door ze woorden te laten vertalen. Een rijke thuistaal is belangrijk. Kinderen kunnen hun Nederlands daaraan ophangen.”
Het Nederlands vandaag?
Slechts 7 à 8 procent van de Brusselaars groeit nog op in een volledig Nederlandstalig gezin, maar toch zegt ongeveer iets meer dan 20 procent Nederlands te spreken of te begrijpen. Volgens Vandenbussche bewijst dat dat het Nederlands niet verdwijnt uit Brussel, maar een andere rol krijgt: waar het vroeger sterk verbonden was met Vlaamse identiteit, groeit het vandaag in Brussel steeds meer als praktische taal van onderwijs, werk en sociale kansen.
“Zolang Nederlands economisch belangrijk blijft, zal het geleerd en gebruikt worden.” Bovendien is Brussel nooit een exclusief Nederlandstalige stad geweest. Wie vandaag nog droomt van zo’n Brussel, kijkt volgens Vandenbussche voorbij aan de realiteit van de stad.
Meer verhalen
In de straten van Brussel begint het Congolese voetbalhart sneller te kloppen: “We willen zelfs dat ze het WK winnen”
Mensen in Brussel: Chamz
Mensen in Brussel: Joline Delen