
In heel België wordt gezocht naar nieuwe invullingen voor religieuze gebouwen die ooit het centrum van het gemeenschapsleven vormden. Herbestemming is daarbij geen uitzondering meer, maar een groeiende realiteit. Tegen 2030 wil stad Brussel 70 van zijn 110 kerken herbestemd hebben.
Brussel kampt volgens onderzoek van de vzw Toestand met zeven miljoen vierkante meter aan leegstaande gebouwen, genoeg oppervlakte voor een twintigste gemeente. Daar maken kerkelijke gebouwen ook deel van uit. Het overgrote deel van de kerken blijft in handen van de kerkfabrieken en wordt gebruikt voor de eredienst. Maar nevenbestemming worden ook steeds vaker gekozen, waarbij ze de kerk zowel voor misvieringen als voor cultuur, buurtactiviteiten of concerten inzetten.
Slimme tussenstap
MONA in Jette, een open ontmoetingsplek in een voormalig klooster, toont aan dat herbestemming niet altijd een definitieve oplossing hoeft te zijn. Het toont dat tijdelijke of gedeelde invullingen vaak een slimme tussenstap vormen: ze houden het gebouw open, onderhouden het en voorkomen leegstand. Dat bevestigt Jan Sterckx, projectmanager bij MONA: “Wat wij in hun klooster doen heeft voor het aartsbisdom geen belang. Zolang wij hun site goed beheren, zijn ze tevreden.”
Geschiedenis
Al sinds de jaren zestig en zeventig, toen het kerkbezoek sterk begon te dalen, kwamen de eerste herbestemmingen langzaam op gang. Waar in België het verval relatief laat inzette, gebeurde dat in landen als het Verenigd Koninkrijk al sinds de 19de eeuw. Eén van de bekendste voorbeelden in Brussel is Les Brigittines. Die kapel is de eerste kerk in Brussel die bewust gebruikt werd als cultureel centrum. Het heeft al verschillende levens achter de rug: van klooster tot gevangenis, van militaire apotheker tot balzaal. Sinds 1976 krijgt de plek opnieuw een nieuwe rol, dit keer als centrum voor hedendaagse podiumkunsten.
Andere aanpak
Het verschil in beleid tussen Vlaanderen en Brussel in dit debat is groot. In Vlaanderen is de voorbije jaren een duidelijk kader uitgewerkt: gemeenten spelen een centrale rol, er zijn kerkenbeleidsplannen en studies bepalen wat er met elk gebouw moet gebeuren. “Die structuur is veel complexer, maar we zien wel dat dat goed werkt” zegt Roel De Ridder, coördinator van Platform Toekomst Parochiekerken.

Brussel heeft niet zo’n plan. Projecten ontstaan er minder vanuit beleid en meer vanuit opportuniteit: wat leeg staat, kan gebruikt worden. Dat maakt de aanpak flexibeler, maar tegelijk ook minder georganiseerd. Logisch, vindt Sterckx: “Vlaanderen loopt leeg en vergrijst. Hoe maak je een dorpskern terug interessant? Dat vraagt een totaal andere aanpak.”
Sociale invulling
Omdat Brussel niet inzit met deze specifieke problemen, pleit Sterckx voor herbestemmingen met een sociale meerwaarde. “Brusselaars zitten niet te wachten op commerciële invullingen zoals winkelcentra en koffiebars”, zegt hij. “Wij met MONA tellen veertigduizend bezoekers per jaar met bijna geen budget.” Sterckx wil hiermee aantonen dat Brussel veel beter investeert in iets dat teruggeeft aan de samenleving dan weer een gloednieuw winkelcentrum.
Meer verhalen
Kot gezocht: van wachtlijsten tot dure privékoten in Brussel
Mensen in Brussel: Eliane
Vlaamse universiteiten willen kotaanbod bundelen, Brussel twijfelt: “uiteindelijk moet zo’n platform ook hier toepasbaar zijn”