De geur van zwarte thee en vers gesneden fruit vult de woonkamer wanneer Fariba Amirkhizi (47) me binnenlaat in haar huis in Anderlecht. Het gezellige rijhuis deelt ze met haar partner, enkele vrienden en drie nieuwsgierige katten die meteen komen kennismaken. Tussen de planten hangen overal zelfgemaakte protestborden met feministische en revolutionaire slogans.

Ze organiseert elke dinsdag het protest aan het Centraal Station in Brussel, waar ze samenkomt met andere Iraanse activisten, onder wie haar beste vriendin Venus. Samen roepen ze slogans en zingen ze Iraanse protestliederen door een microfoon. Op de grond liggen banners met foto’s van mensen die door de Iraanse overheid werden geëxecuteerd. Fariba Amirkhizi werd geboren in Teheran, al liggen haar roots in de Azeri-regio van Iran. Vandaag werkt ze als educatief consulent bij Huis van het Nederlands Brussel. Daar helpt ze mensen hun niveau te bepalen en een geschikte Nederlandse les te vinden. Toch noemt ze haar job vooral “iets om economisch te overleven”. Het echte middelpunt van haar leven is activisme.
Hoe was het om op te groeien in Iran?
“Mijn jeugd speelde zich af tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (rc. 1980 – 1988). Dat betekende leven met bombardementen, schuilkelders en militairen in de straten. Oorlog was overal aanwezig. Tegelijk herinner ik me ook veel solidariteit tussen mensen. Buren hielpen elkaar als er tekorten waren aan brood of olie en deelden wat ze hadden. Maar er waren ook mensen die misbruik maakten van die situatie door producten op te slaan en later duurder te verkopen. Dat contrast tussen solidariteit en opportunisme hield mij als kind sterk bezig. Ook thuis leefde ik tussen spanningen. Mijn moeder was erg religieus, mijn vader eerder atheïstisch, en hun discussies gingen vaak over politiek en religie. Pas later begreep ik dat die conflicten ook een vorm van verzet van mijn moeder waren, want ze had over niks anders iets te zeggen en leefde onder de dictatuur van mijn vader. Voor meisjes was het leven erg repressief. Vanaf jonge leeftijd moesten wij een hoofddoek dragen en mochten we geen felle kleuren aandoen. Ze leerden ons dat vrouwen mannen zouden opwinden als ze opvallende kleuren droegen, daardoor was alles grijs en sober. Als kind droomde ik soms gewoon van kleur in mijn kleerkast. Maar gelukkig kon ik mij uiten in sport.

Dus sport werd voor jou een manier om toch vrijheid te ervaren?
“Het werd voor mij een manier om vrijheid te voelen. Hoewel meisjes eigenlijk niet mochten fietsen of sporten zoals jongens, moedigde mijn vader mij en mijn zussen net aan. Wij waren de enige meisjes in de buurt met een fiets. Ik speelde voetbal met jongens en ontdekte later basketbal, maar ook dat was moeilijk. Sportzalen waren gescheiden voor mannen en vrouwen en meisjes kregen alleen trainingsuren heel vroeg ’s morgens of laat ’s avonds. We hadden bijna geen coaches of materiaal, dus leerden vrouwen en meisjes alles aan elkaar. Sport leerde mij doorzetten, solidair zijn en ruimte opeisen, ook wanneer die ruimte er eigenlijk niet was.”
Wat motiveerde u om activist te worden, ondanks de risico’s in Iran?
“Mijn motivatie kwam uit mijn dagelijks leven en uit wat ik zag gebeuren met de vrouwen rond mij, vooral mijn moeder en mijn zus. Mijn zus heeft mij sterk gevormd. Ze vocht tegen de traditionele verwachtingen binnen onze familie en wilde zelf kiezen hoe ze haar leven vorm gaf. Maar haar huwelijk werd uiteindelijk ook erg controlerend en gewelddadig. Ze had als vrouw amper rechten om zich daartegen te verzetten, en haar scheiding duurde tien jaar. Dat deed mij beseffen dat het probleem niet alleen bij individuele mannen lag, maar ook bij een systeem en wetten die vrouwen afhankelijk hielden. Tegelijk zag ik ook de kracht van solidariteit tussen vrouwen. Toen mijn zus uiteindelijk scheidde, hebben wij haar samen met haar kinderen opgevangen zodat ze opnieuw kon beginnen. Dat leerde mij hoe belangrijk feministische solidariteit is. Aan de universiteit kwam ik daarna in contact met marxistische en feministische ideeën en met politieke activisten. Toen begreep ik dat persoonlijke ervaringen verbonden zijn met bredere maatschappelijke structuren. Activisme voelde voor mij daarom niet als een keuze, maar als iets noodzakelijks. Ik wist dat er risico’s aan verbonden waren, ik verloor kansen op werk en studies en zag vrienden gearresteerd worden, maar zwijgen voelde onmogelijk.”

Ik las dat u bijna twintig jaar geleden Iran moest ontvluchten uit angst voor vervolging. Hoe kijkt u vandaag terug op die beslissing?
“Mijn vertrek uit Iran was geen vrije keuze. Door mijn politieke engagement en mijn werk voor ondergrondse studentenmagazines, liep ik een groot risico om gearresteerd te worden. Verschillende vrienden waren al opgepakt, dus voor mij werd duidelijk dat blijven gevaarlijk was. Daarom ben ik samen met mijn partner gevlucht. Vandaag weet ik dat het de juiste beslissing was, al bleef het een heel zware stap. Mijn eerste periode in België was moeilijk. Ik kwam uit het drukke Teheran terecht in een klein dorp in Limburg, wat een enorme cultuurschok was. Toch ik heb hier ook veel warmte gevonden. Vrijwilligers van het Rode Kruis en mensen uit de feministische beweging van de Universiteit Gent hielpen me om opnieuw een plek op te bouwen. Wat mij vooral is bijgebleven, is hoe kwetsbaar je je als vluchteling voelt. Zelfs kleine situaties kunnen veel stress veroorzaken. Ik herinner me hoe mijn partner en ik ooit per ongeluk in eerste klas zaten op de trein. Toen de conducteur ons daarop wees, raakten we in paniek, omdat we dachten dat we iets ernstigs verkeerd hadden gedaan. Achteraf bleek het gewoon de verkeerde wagon te zijn, maar dat moment zegt veel over de onzekerheid waarmee je leeft wanneer je alles hebt moeten achterlaten.”
“Wat doet u wanneer u even afstand wilt nemen van activisme en politiek?”
“Tijd doorbrengen met vrienden! We dansen, zingen en koken we traditioneel Iraans eten samen. Echt uitbundig dansen, gewoon plezier maken en samen zijn. Ik woon samen met mijn partner en enkele vrienden, dus er is altijd leven in huis. Als ik alleen wil zijn, vind ik rust bij mijn planten en de katten. We hebben drie katten: Lolita, de oudste, Fandoor en Coco, de jongste. Het zijn eigenlijk de katten van mijn huisgenoten, maar ik ben erg aan hen gehecht. Ik noem mijn planten mijn ‘meisjes’, omdat voor mij alles wat mooi is vrouwelijk is.
Heeft dat te maken met je beeld van mannen?

“Als ik zeg dat alles wat mooi is vrouwelijk is, gaat dat niet over mannen, maar over het patriarchaat. Voor mij staan vrouwelijke waarden voor zorg, solidariteit en samenwerking. Dat zijn precies de waarden waar ik in geloof: een wereld waarin mensen elkaar ondersteunen in plaats van domineren, en waarin we samen streven naar vrijheid en gelijkheid.”
Welke geur, plek of muziek brengt u meteen terug naar uw kindertijd?
“De geur van zwarte thee met kaneel brengt mij meteen terug. Dat is een geur die nog altijd heel sterk verbonden is met thuis. Ook Iraanse muziek roept veel herinneringen op, vooral liedjes uit mijn jeugd. Een plek die mij altijd aan vroeger doet denken, is de zee. Toen ik klein was, gingen we daar op vakantie. Voor mij hoort de zee samen met warm water en zwemmen. Daarom voelde ik mij in Italië meteen terug even kind: eindelijk opnieuw zwemmen in warm water, zoals vroeger in Iran. Ook de Eiffeltoren heeft voor mij een bijzondere betekenis. Nog voor ik politiek activist werd, stond die toren symbool voor mijn beeld van Europa, een soort droombeeld uit films en verhalen. Vandaag kijk ik daar heel anders naar, maar toch brengt die plek mij nog altijd terug naar hoe ik als jong meisje naar Europa keek.”
Wie is Fariba Amirkhizi echt? Ontdek het in dit spelletje
Meer verhalen
Kot gezocht: van wachtlijsten tot dure privékoten in Brussel
Mensen in Brussel: Eliane
Vlaamse universiteiten willen kotaanbod bundelen, Brussel twijfelt: “uiteindelijk moet zo’n platform ook hier toepasbaar zijn”