Toen de VRT met haar reeks Basisschool Balder vorig jaar een unieke blik gaf op de dagelijkse werking van een basisschool in Brussel, klonk er algehele verontwaardiging over de leersituatie van Brusselse kinderen. Vanuit het Onderwijscentrum Brussel worden verschillende oplossingen uitgeprobeerd om het lerarentekort en de hoge uitval bij zij-instromers te bekampen. Eén daarvan is co-teaching, maar is dat een effectieve oplossing of eerder een doekje voor het bloeden?
De problemen die te zien waren in de VRT-reeks Basisschool Balder — leerkrachten die uitvallen, klassen die moeilijk te beheersen zijn en kinderen die daardoor achterop raken — zijn niet uitzonderlijk in Brussel. In april van vorig jaar schatte de Vlaamse Gemeenschapscommissie dat er zo’n 444 voltijdse krachten ontbraken. Het jaar ervoor waren dat er nog 520 en in 2022 zelfs nog 622.
Toch kunnen we nog moeilijk spreken van een verbeterde situatie. Het tekort in Brussel is nog steeds dubbel zo groot als in steden zoals Antwerpen en Gent. Ook stopt ongeveer 35 procent van de gediplomeerde zij-instromers al na één schooljaar. Dat blijkt uit een rapport van het Vlaams Departement Onderwijs.
Dit schooljaar begon voor enkele Brusselse basisscholen opnieuw met crisismanagement. Zo begonnen zes scholen met extra begeleiding van het Onderwijscentrum Brussel en 17 met een vierdaagse lesweek als tijdelijke oplossing. Als een school gebruikmaakt van de begeleiding van het onderwijscentrum, wordt er gezocht naar haalbare oplossingen voor het leerkrachtentekort. Een van de mogelijke oplossingen is co-teaching. Zo werd eerder al vermeden dat basisschool Hendrik Conscience in Schaarbeek de deuren moest sluiten.
Betere leercurve?
Over co-teaching werd tot voor kort nog maar weinig onderzoek gedaan. Maar daar komt verandering in nu de interesse groeit en we meer zicht krijgen op de effecten van deze onderwijsvorm. “Een recente studie van de UGent, UAntwerpen, Artevelde- en AP Hogeschool wijst erop dat co-teaching of teamteaching een licht positieve impact zou hebben op de leercurve van leerlingen”, zegt Rinke Vanhoeck, onderzoeker aan het Expertisecentrum Onderwijs en Leren van de Thomas More-hogeschool.
Hij maakt daarbij wel een belangrijke kanttekening: “We spreken hier over een experiment waarbij twee leerkrachten voor een klas van 25 leerlingen staan. Als je gewoon twee of drie klassen samenzet met twee leerkrachten om een uitgevallen leerkracht op te vangen, gaat dat leereffect natuurlijk verloren.” Dat is net de manier waarop co-teaching in Brussel wordt ingezet, waar het lerarentekort bijzonder groot is. Het is dus te vaak een praktische oplossing en geen doelgerichte maatregel tegen de hoge uitstroom of het lerarentekort.
“Twee leerkrachten voor een klas van 25 leerlingen is natuurlijk wel gigantisch duur. We zullen dat dus nooit structureel kunnen uitrollen”, gaat Vanhoeck verder. Toch pleit hij ervoor om co-teaching deel uit te maken van ons onderwijssysteem. “Als school kan je beginnen met dit enkele uren per week toe te passen.” Dat zou ook op langere termijn voordelen kunnen opleveren. Als enkele uren per week co-teaching beginnende leerkrachten langer in het beroep houdt, kan het misschien meer dan een noodoplossing bij uitval zijn. Uiteindelijk zou het zelfs een deel kunnen zijn van een fundamentele oplossing voor het lerarentekort.
Met twee voor de klas

Lotte Willems, leerkracht in het tweede leerjaar op de Sint-Gillisschool, is alvast overtuigd. “De leerlingen worden veel sneller verder geholpen. Als ze hun hand opsteken, kunnen we ze binnen 10 seconden verder helpen.” Toch had het even tijd nodig om de taken te verdelen en een vertrouwensband met collega’s op te bouwen. “Je moet elkaar wat vinden, afspreken wie wat op het bord schrijft, wie de planning maakt en wie zich bezighoudt met de afwezigen. Daarvoor moeten we elke week samenzitten.”
Als beginnende leerkracht maakte dit systeem voor Lotte echt wel een verschil. “Ik kan me inbeelden dat als je voor het eerst alleen voor een klas staat, je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Er komt echt veel op je af de eerste jaren en dan ben je echt blij als er een ervaren co-teacher naast je staat.” Lotte ziet het als een structurele oplossing om vroege uitval tegen te gaan. “Laat beginnende leerkrachten eerst met twee staan, en na enkele jaren pas alleen”, klinkt het.

Dat co-teaching ondersteunend kan helpen, bevestigen ook Sara Van Dyke en Bert Wastijn, twee docenten in de Bachelor Lagere School aan de Erasmushogeschool Brussel.
“Je kan veel meer inzetten op de talenten van de leerkrachten. Als je twee complementaire profielen naast elkaar zet, kunnen die vanuit hun expertise lessen voorbereiden en met kinderen omgaan. De ene kan de andere ook ondersteunen.” In de Bachelor Lagere School krijgt co-teaching dan ook een centrale plek. “Onze studenten krijgen daar écht lessen rond en ook tijdens de stage komt het zeker aan bod.”
Meer verhalen
In de straten van Brussel begint het Congolese voetbalhart sneller te kloppen: “We willen zelfs dat ze het WK winnen”
Mensen in Brussel: Chamz
Mensen in Brussel: Joline Delen