6 juli 2022

Korpschef van de Brusselse politie Michel Goovaerts: ‘Wij mensen nemen onszelf zo au sérieux, maar zijn gewoon een speldenprik in het systeem’

Michel Goovaerts zal zijn ambt als korpschef van de politiezone Brussel Hoofdstad nog vijf jaar voortzetten. Goovaerts stelde zichzelf een tijd geleden opnieuw kandidaat en doorliep de rondes voor de jury. Nu ook de laatste formaliteiten zijn afgerond, kent de Brusselse politie haar verantwoordelijke. Wie is de man die de komende jaren verder over de stad waakt?
door Lore Bryssinck

Bij binnenkomst in het kantoor van de korpschef, valt mijn oog al snel op de kast vol memorabilia uit de voorgaande jaren in zijn positie. Op één van de foto’s zie ik naast Trump een breed glimlachende man staan. Diezelfde man nodigt mij meteen uit om plaats te nemen in de zetel in zijn kantoor.

De verlenging van uw  ambt als korpschef is afgerond, u hebt bijgetekend voor de komende vijf jaar. Waar ziet u zichzelf na die vijf jaar?
Op pensioen! (lacht) Ik zou graag hier mijn carrière eindigen en dan op pensioen gaan. Tegen dan ben ik 64 jaar en wil ik ook meer tijd voor mijn gezin en familie. In mijn carrière waren er wel momenten waar ik op dat vlak wat tekort heb geschoten, denk ik. Bovendien wil ik ook tijd voor mijn ouders kunnen vrijmaken. Die worden al wat ouder en als enige zoon heb ik daar een verantwoordelijkheid op te nemen.

Zijn er dingen die u zeker gaat doen eens u op pensioen bent?
Reizen, vooral echt reizen, want er staat nog veel op de kaart. Er is bij mij toch wel een drang om de hele wereld te zien. Ik reis graag en zou toch graag alle continenten eens bezocht hebben. Vroeger had ik de gewoonte om elk jaar een keer te gaan wandelen in Schotland. Mocht ik kunnen, is dat het eerste wat ik opnieuw zou doen. Mijn vrouw vreest dat ik, wanneer ik op pensioen ben, mijn zak zal pakken en vertrekken. Er zijn wel nog een aantal wandelingen die klaarliggen en dat is inderdaad toch een van de eerste zaken die ik zal doen als ik weer kan. (denkt even na) En wie weet, misschien ben ik dan al opa. Al mogen mijn dochters weten dat ik zeker niet alle dagen ga babysitten (lacht). Ze kunnen altijd op me rekenen, maar dat zie ik mezelf toch niet doen.

Hoe ziet een reis met Michel Goovaerts er dan uit?
Een reis moet gepland zijn voor mij. Het reizen zelf interesseert me, de vakantie zelf minder, maar vooral dat verplaatsen spreekt me aan. Mijn vrouw en kinderen vinden dat min­der door dat gesleur met koffers, maar je moet toch iets gezien hebben. Ik reis graag, al ben ik bang dat dat met ouder worden wat zal minderen.

“Ik weet al van mijn zestien jaar dat ik bij de politie wilde

Terugkijkend op uw eigen traject, zou u er iets aan willen veranderen?
Niet echt nee, ik weet al van mijn zestien jaar dat ik bij de politie wilde, mijn papa was politieagent en ik herinner me wel dat dat voor mij een evidentie was om dat ook te worden. Dat dienende heb ik altijd gehad. Waar ik wel wat spijt van heb, is dat ik meteen na het middelbaar ben beginnen werken. Ik studeerde dan tegelijkertijd hè. Ik had dienst als de andere agenten rust hadden, zoals op kerstavond. Ik ging naar de les, deed de nacht en ging daarna terug naar de les. Ik nam mijn verlof op om te studeren. En soms heb ik daar spijt van, dat ik dan niet meer gereisd en geleefd heb. Ik denk dat ik daar mooie reizen en momenten heb laten liggen. Politie was voor mij vooral echt een roeping. Het gevaar van een echte roeping is wel dat je verwachtingen dan misschien te hoog zijn, wat kan leiden tot frustraties.

Waren uw verwachtingen dan te hoog?
Ik wilde bijdragen aan een betere wereld en moest en moet daar wel realistisch mee omgaan. In mijn job word ik geconfronteerd met de donkere kanten van de maatschappij waardoor dat realistische echt noodzakelijk is. Alle dagen geconfronteerd worden met die duistere kant kan na een tijd wel beginnen wegen. Dat maakt de job nu en dan wat zwaarder.

Hebt u voor uw job al veel moeten opofferen?
Ik kan niet meer op één hand tellen hoe vaak ik iets gemist heb binnen mijn familie of vriendenkring. Zo zijn ze me al komen halen op vakantie, omdat de plicht riep. Dat hoort er voor mij bij. Als ik dat niet zou willen doen, zou ik niet in deze positie moeten zitten. Af en toe ben ik dat wel beu, maar goed. Het is een kost voor mij, maar dat neem ik erbij en wist ik ook wel toen ik hieraan begon. Ik doe mijn job graag en dat moet ook wel, mocht ik dit niet graag doen zouden de diensten er onder lijden, maar ik zelf ook natuurlijk. En mijn gezin. Zij zijn nog steeds het belangrijkste in mijn leven en ook datgene wat me gelukkig maakt.

U bent vader van twee dochters. Bent u het soort vader dat u wilde zijn?
Ik vind van wel ja. Ik ben niet de ‘bestevriend-vader’, maar die ambitie heb ik ook helemaal niet. Ik ben de papa die er is als het nodig is. Als moeder sta je, denk ik, dichter bij de kinderen en die is er ook vaker, maar ik zal er wel altijd zijn voor mijn kinderen. Waarschijnlijk ben ik er nog niet vaak genoeg geweest en ik ben zeker dat ik ook dingen gemist heb, maar ik was er voor hen wanneer ze me nodig hadden. Al ging in vele gevallen de job voor.

Uw broer is begin 2019 overleden, heeft dat jullie als familie veranderd?
Het is een groot gemis, ook bij mijn ouders. Ik denk dat een kind verliezen toch nog van een ander niveau is. Dat had ik wel wat onderschat. Mijn ouders zijn daar duidelijk niet goed van geweest, nu nog niet. Ik ben er ook van overtuigd dat de hersenbloeding van mijn vader een gevolg is van het overlijden van mijn broer en het verdriet daarrond. Na zijn overlijden ben ik nu ook de persoon die het gezin moet rechthouden hè. Je doet wat je moet doen.
Ik ben daar nuchter in, het leven gaat voort en het is zo. Ik leef niet in het verleden, we moeten vooruit. Mijn broer was ook zo, hij zou ook niet willen dat ik door zijn dood niet verder ging. Als ik vrij heb, dan probeer ik wel met mijn ouders naar de markt te gaan. Vroeger deed mijn broer alles, dus per definitie moet ik nu mijn verantwoordelijkheid nemen en er voor hen zijn. De stad mag branden bij wijze van spreken, maar als ik voor mijn ouders moet zorgen dan doe ik wat ik moet doen. Voor mij moet het een evidentie zijn om voor je ouders te zorgen. Zij hebben jaren voor mij gezorgd, ik vind dat ik dan nu iets mag teruggeven aan hen.

Hoe bent u met de ziekte en het overlijden van uw broer omgegaan?
Toen ik wist dat hij ziek was, zijn we wel meer gaan doen. Al was dat toch nog niet genoeg. Mijn broer was ook zeker niet de man die wou dat we veel tijd aan hem besteedden. Ik probeer nu wel minder te verwijzen naar ‘later’, ik probeer minder dingen uit te stellen. Het overlijden van mijn broer zegt me toch dat ik meer de dag moet plukken en als er iets op mijn pad komt of ik de optie heb, er ook van te profiteren. Ik ga minder wachten tot morgen. Carpe Diem, zoals ze zeggen.

Is er iets dat u tot rust kan brengen na een zware werkdag?
Veel rust heb ik niet altijd. Ik ben normaal tegen 19 uur thuis van het werk, dat is soms wat later en soms wat vroeger. Al vinden ze dan dat ik vroeg ben. Als het me lukt om op tijd te stoppen, ga ik graag eens lopen. Al lukt dat in de week eigenlijk bijna nooit. Er is voor mij dan ook een groot verschil tussen werkdag en werkweek. In de week zeker, dan heb ik niet echt een ritueel om tot rust te komen, maar kijk ik wel nog wat tv. Niet zo veel naar De Afspraak of Terzake, maar dan eerder naar Expeditie Gooris, dat is voor mij een guilty pleasure. Zo’n programma’s waarbij je niet te veel na moet denken. Al blijf ik ondertussen de kranten volgen en lezen. Tegen de avond weet ik via Belga al ongeveer wat er in de krant gaat staan en kan ik hier al op anticiperen.

Mocht u meer tijd hebben, hoe zou u die dan het liefst spenderen?
Ik zou meer sporten en wandelen, zo simpel is het (lacht). En wat meer lezen want op het einde van een dag ben ik moe gelezen waardoor het er niet van komt. Ik ben momenteel Sapiens van Yuval Noah Harari aan het lezen, al krijg ik het niet uit. Ik kan het wel in stukken lezen, maar het is niet zo evident. Het leuke aan het boek, vind ik, is dat het de geschiedenis weergeeft, maar uiteindelijk zijn we maar een speldenprikje in het systeem. Wij mensen nemen onszelf zo au sérieux, maar eigenlijk zijn we echt niet meer dan dat. Het doet me wel stilstaan en afvragen wat ze over duizend jaar over ons zouden zeggen.
En joggen. Joggen, joggen, joggen. Het kost niks, ik kan vertrekken wanneer ik wil en de moeilijkste meters zijn die naar mijn voordeur. Gezien mijn wisselende uren is wandelen of joggen voor mij het makkelijkst omdat het altijd kan. Ik probeer twee keer in het weekend te gaan en ik hoop altijd een derde keer in de week, al is dat niet evident. Dat is mijn eigen schuld, hoor. Ik heb dan niet altijd de moed om nog te vertrekken. Ook de lange afstandswandelingen die ik vroeger deed zou ik dan weer willen opnemen.

Gaat u liefst alleen joggen of wandelen?
Ik ben graag alleen. Het is voor mij dan ook sowieso een wandeling alleen. Ik heb daar geen moeite mee, absoluut niet. Ik filosofeer dan wat, over het leven zoals het is. De eerste paar dagen blijft het werk nog wat nazinderen en word ik nog regelmatig gebeld, maar na een tijd kan ik dat wat meer loslaten en naar de achtergrond brengen. Al lees ik wel elke dag al mijn mails, anders is het bij terugkomst niet haalbaar. Ik vind dat ik mezelf achteraf straf als ik dat niet doe.

Wat zou u uw jongere zelf als advies geven?
Geloven in jezelf, sociaal engagement aangaan en kansen grijpen want er zijn er genoeg. Dat is ook advies dat ik aan alle jongeren wil geven. Ik heb het zelf nooit in mijn schoot geworpen gekregen en zelf ook opofferingen moeten doen. Ik heb ook mijn prioriteiten moeten stellen en dingen moeten missen door de keuzes die ik heb gemaakt. De Politie is een organisatie waar je als niet gediplomeerde kan binnen komen en toch kan doorgroeien.

Je moet hier wel een olifantenhuid krijgen en hebben in mijn positie. Als ik kijk op de riool van heden ten dage (hij bedoelt Twitter, nvdr) dan krijg je af en toe wat bagger over je heen, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Ik slaag er redelijk goed in dat van me af te schudden, denk ik. Al ben je dat soms wel beu. Als Peter Mertens dan zegt dat hij de waan van de dag en de twittercultuur kotsbeu is, ja dan kan ik dat snappen.

“Een idool heb ik eigenlijk nooit echt gehad, maar ik zou graag eens dineren met Bart Peeters. Voor de muziek.

Zijn er mensen naar wie je op kijkt?
Er is eigenlijk niemand waar ik echt naar op kijk. Dat heeft niks te maken met dat ik me beter voel dan een ander, hoor. Ik ben daar gewoon niet echt mee bezig en vind vooral dat een mens ook maar gewoon een mens is. Een idool heb ik eigenlijk nooit echt gehad, maar ik zou, als ik kon kiezen, graag eens dineren met Bart Peeters. Voor de muziek. Ook met Arnout Hauben wil ik graag eens in gesprek gaan. Daar kan ik wel eens jaloers op zijn. Door de wandelingen die hij maakt en de plekken waar hij komt. Sommige van die tochten zou ik ook wel eens willen doen. Daarnaast nog Rik Van Cauwelaert en Walter Zinzen. De bromberen van de journalistiek. Die doen mij wat denken aan Statler en Waldorf (lacht). Door hun enorme kennis uit het verleden en politieke kennis ben ik erg geboeid en de combinatie van die vier lijkt me wel leuk.

Zal u ooit uw memoires neerschrijven?
Mijn ego is niet zo groot dat ik een boek wil schrijven of laten schrijven over mezelf. Het is absoluut niet mijn ambitie, maar mocht ik ooit een boek schrijven, zou het over de politie gaan en mijn ervaring bij de politie. Mocht iemand het me echt aanbieden dan zou ik het eventueel wel overwegen, maar dan wel over de job en de politie van Brussel. Zeker geen biografie over mij als persoon.
Ik werk nu wel mee aan een boek over de geschiedenis van de politie van Brussel, maar meer omdat ik vind dat daar niet genoeg over bijgehouden wordt. Ik zou het jammer vinden dat al die kennis en informatie verloren zou gaan, maar over mezelf niet, nee. Ik ga het zeg­gen zoals het is: daarvoor vind ik mijn ego echt niet groot genoeg (lacht).

Om af te sluiten: hoe trekt u hier binnen vijf jaar de deur achter u dicht?
Ik weet dat ik dat hier makkelijk ga kunnen loslaten. Ik denk ook niet dat ik hier iets uit mijn museum zal bijhouden. Ik ben niet zo, al zal ik waarschijnlijk wel iets meenemen. Mijn dochter heeft dat wel dus de kans zit er in dat zij iets wil uitkiezen. Voor mij zijn de herinneringen goed genoeg. Ik zou in staat zijn hier als een dief in de nacht te vertrekken. Maar goed we zullen zien, ik ben nog niet weg hè.