Horeca Brussels slaat de handen in elkaar met enkele Brusselse parlementsleden om met een wetsvoorstel kroegbazen beter te beschermen, een primeur die dit jaar nog vorm moet krijgen. De organisatie broedt op nieuwe regels die komaf moeten maken met de contractuele druk van brouwers en distributeurs. Die ingreep komt niet toevallig. Brussel telt vandaag nog amper dertig authentieke bruine cafés. Sinds het rookverbod van 2006 zijn volgens Horeca Brussels ongeveer 66 procent van de Brusselse bruine kroegen verdwenen.

Matthieu Léonard, voorzitter van Horeca Brussels, heeft de neergang van nabij gevolgd: “Bij restaurants zien we geen drastische daling, maar bij de bruine kroegen is het echt een enorme aderlating. Waarschijnlijk kunnen we dat niet volledig terugdraaien, maar als we de bloeding kunnen stoppen, zou dat ideaal zijn.”
De druk op uitbaters is drieledig. Consumenten drinken minder alcohol, personeelskosten en belastingen maken een pint van drie euro voor cafés bijna onrendabel en dan zijn er nog de wurgcontracten. Dat zijn contracten waarbij brouwers of grote verdelers de uitbaters verplichten uitsluitend hun dranken af te nemen. De zaakvoerder moet jaarlijks een afgesproken minimumvolume van de producten verkopen. Als hij dit niet haalt, kan hij in de schulden geraken. Als het cafépand gehuurd wordt van dezelfde leverancier of brouwer en de kroegbaas breekt het contract, dan kan hij zijn zaak verliezen. Zo komen ze vaak vast te zitten bij dezelfde drankendistributeur.
Een contract, geen kooi
Aan de Vlaamsesteenweg nam Piet Lambrechts samen met mede-eigenares Bibi Cauwelier in 2024 het voormalige café Au Daringman over en zij heropenden het als Au Derby. Het was een van de bekendste bruine kroegen van Brussel, tot het sloot omdat de toenmalige uitbaatster Martine niet akkoord ging met de voorwaarden van de nieuwe eigenaar Horeca Logistic Services.
Au Derby huurt het pand van distributeur HLS en werkt binnen de voorwaarden van dat contract. Lambrechts nuanceert de kritiek op zulke contracten: “Lang niet alles wat fout gaat in de cafésector is aan brouwers of distributeurs te wijten”, zegt hij. Maar hij erkent de beperking: “De vrijheid is minder groot en als cafébaas ben je beperkt in de keuze van de dranken. Maar er zijn voorwaarden, er wordt onderhandeld en daarna een contract getekend. Wij hebben daar lang over gesproken en hebben er een goed gevoel bij. Aan de andere kant weet ik van panden die heel gemakkelijk te verhuren zijn aan een pitazaak of een fastfoodketen. Het zijn soms net die brouwers of leveranciers die zeggen: nee, dit blijft een café.”

Gedragscode schiet tekort
In juni 2025 ondertekende de horecasector een gedragscode tegen wurgcontracten, in aanwezigheid van ministers Eléonore Simonet (Federaal minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s, MR) en David Clarinval (Vicepremier en federaal minister van Economie, MR). Ook Horeca Brussels zette haar handtekening, maar Léonard was bij de ondertekening al openlijk kritisch.
“Die code is onvoldoende,” zegt hij vandaag. “We zijn niet tevreden, maar we hebben getekend om de spanningen te kalmeren”, zegt hij. Daarom komt Horeca Brussels dit jaar met een nieuw plan. Sinds februari 2025 werken men samen met Brussels parlementslid Pascal Smet (Vooruit) en federaal parlementslid Ludivine de Magnanville (MR) aan een concreet wetsvoorstel. Dat voorstel moet de huurders van het cafépand beter beschermen en zou dit jaar worden afgerond.
Politiek in beweging
Het politieke debat rond de bruine kroegen wint ondertussen aan kracht. In Vlaanderen schoof CD&V in april een concreet kroegenplan naar voor, dat meerdere invalshoeken bundelt: erfgoedbescherming, de weerbaarheid van uitbaters en toeristische kansen. Het plan kadert in een bredere ambitie om lokale handel en dorpskernen nieuw leven in te blazen. Hun doelstelling is om een ‘big five’ in elke gemeente te openen: een warme bakker, een slager, een buurtwinkel, een bankautomaat en een café.
Een gelijkaardig plan voor Brussel bestaat niet. Of beter: nog niet. “Brussel valt onder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met zijn eigen bevoegdheden. Maar we zijn in gesprek met onze collega’s daar”, zegt Vlaams parlementslid Kris Declercq die meewerkte aan het kroegenplan. Toch is er ook in de politiek beweging. De Brusselse regering kondigde eerder al aan bepaalde historische cafés te willen toevoegen aan een uitgebreide lijst van materieel erfgoed. Zo kregen onder meer l’Espérance, l’Archiduc, de Métropole en Le Cirio al een beschermde status. Dat lijstje blijft groeien. In 2024 startte de regering bovendien een procedure om ook café Au Daringman en het naburige Au Laboureur in de Vlaamsesteenweg te klasseren. Die bescherming is voorlopig nog niet definitief afgerond.

De digitale kroegtijger
Ben Mouling richtte in januari 2025 de beweging Kroegtijgers op na een persoonlijk kantelpunt. Binnen één maand zag hij twee van zijn stamcafés sluiten: de Daringman in Brussel en café De Kat in Antwerpen. Ondertussen zijn ze allebei opnieuw geopend. Mouling begon cafés te bezoeken, filmde ze en plaatste de reportages op sociale media. Zo ging hij ook langs in Brussel bij cafés zoals Les Brasseurs en Café Metteko. Op Instagram groeide Kroegtijgers uit tot een account met bijna 40.000 volgers.
Ben probeert de bruine kroegen opnieuw zichtbaar te maken voor de jongere generaties, in de hoop dat cafés opnieuw plekken van ontmoeting worden in plaats van enkel een snelle halte voor een consumptie.
Overleven aan de toog
Wie La Péniche binnenstapt aan de Brusselse Vismarkt stapt 30 jaar terug in de tijd, en begrijpt helemaal wat Mouling bedoelt. Voor amper 2,50 euro krijg je hier nog een pintje voorgeschoteld, een prijs die in deze tijd bijna ouderwets aanvoelt in Brussel. Op de achtergrond speelt zachte Franstalige muziek die zich moeiteloos vermengt met het geroezemoes van stemmen. Bruine muren, bedekt met zwart-witte foto’s van de Vismarkt decennia geleden.
Achter de toog staat Linda (67) onafgebroken glazen af te wassen, met de routine van iemand die dit al meer dan twintig jaar doet. Linda, een vriendin van de familie, is ondertussen even vertrouwd met het café als de houten toog zelf. De eigenaar behoort tot de derde generatie die de zaak uitbaat, en die familiale sfeer hangt nog altijd in elke hoek van het café. Tussen het spoelen en afdrogen door voert ze in het Brussels dialect een gesprek met een man die rustig aan een tafeltje zit. Hij drinkt traag van zijn pintje, alsof de tijd hier net iets trager vooruitgaat dan buiten op straat. Over de vele hippe koffiebars die de laatste jaren overal in Brussel opduiken, maakt ze zich weinig zorgen. “Allemaal chique bazaar,” zegt ze lachend terwijl ze een glas neerzet: “Het vaste volk blijft toch trouw terugkomen!”
Meer verhalen
Mensen in Brussel: Eliane
Vrouwen met een micro
Jazz leeft verder: Toots Jazz Club blaast eerste kaarsje uit