26 mei 2026

Erasmix

Mediaplatform voor studenten

Brussel als droomdecor voor jonge ontwerpers: “Iedereen mag hier vrij creëren zonder druk” 

Brussel is de thuishaven voor tal van creatievelingen. Van kledij en juwelen tot grafisch ontwerp, Brussel heeft het allemaal. Verschillende ontwerpers kiezen er dan ook voor om zich te vestigen in de hoofdstad. Naast de talrijke galeries vinden we ook veel zelfstandige ontwerpers. Hun verhaal geeft ons een kijkje achter de gevels van deze ateliers. Ateliers vol obstakels, hard werk en een constante strijd om een plekje onder de zon waar iedereen wat licht van wil.  

Ben Pruvost en zijn passie, metaalbewerking

Ben Pruvost (25) is een ontwerper uit Parijs die Fine Arts studeerde in Brussel, hij heeft niet toevallig gekozen voor onze hoofdstad: “In Parijs kon ik niet eens beginnen aan een kunstrichting, je moet al een vooropleiding hebben gedaan in het middelbaar.” In Brussel kon Ben dat wel, maar ook de sfeer biedt een groot contrast: “In Parijs wordt de kunstsector heel serieus genomen, wanneer je iemand nieuw ontmoet wordt er meteen gevraagd naar wat je doet, wat je hebt bereikt of wie je kent. In Brussel is dat niet, iedereen mag hier vrij creëren zonder druk.”

Naast een studie moet je ook een merk kunnen uitbouwen voor jezelf en je ontwerpen. Niet enkel de ingesteldheid van de Brusselaars zorgen ervoor dat dit het perfecte decor vormt voor een ontwerper, ook op financieel vlak biedt Brussel een unieke ondersteuning.

Creatief zijn kost geld 
Annelies Thoelens is kunsthistorica bij Designpunt Vlaanderen, het knooppunt voor de hedendaagse designcultuur, zij vertelt dat het financiële plaatje voor veel ontwerpers een obstakel vormt. Jaarlijks worden er in ons land beurzen uitgegeven aan jonge ontwerpers, maar door het kleine budget voor de cultuursector zijn deze schaars. In Vlaanderen gaat namelijk maar ongeveer 1,3% tot 1,7% van de overheidsuitgaven naar de cultuursector. Het helpt volgens Thoelens ook niet dat design helemaal vanachter in het rijtje belandt, na bijvoorbeeld podiumkunst en muziek: “Designers zijn ook niet goed in papierwerk want die werken meer met hun handen, en zo’n beurs is enkel maar papierwerk.”

Annelies Thoelens, kunsthistorica en curator bij Designpunt

Iets wat uitzonderlijk is voor Brussel is de À fonds-subsidie. À fonds is een jongerenfonds dat jongeren tot en met 26 jaar de kans geeft om een subsidie aan te vragen tot 3000 euro. Hiermee kunnen ze een maatschappelijk relevant project opstarten. Voor Fenia Proost (27), een designer uit Brussel die haar eigen objecten ontwerpt, was dit een echte meerwaarde: “Als wij als ontwerper een algemene subsidie aanvragen, krijgen we echt heel weinig, of het moet voor een bepaalde startup zijn. Maar voor mij is de springplank echt wel de À fonds-subsidie geweest, ik heb daar een project rond kledij voor mensen met endometriose en chronisch vermoeidheidssyndroom mee kunnen doen dat ik echt heel fijn vond.” 

Veel ontwerpers moeten naast het maken van objecten ook nog een andere job uitoefenen om rond te komen. Wanneer je een object ontwerpt en wil uitwerken heb je allerlei materialen nodig en natuurlijk ook een plek om dit in elkaar te steken. “Als je een atelier wil huren, kom je al best snel aan 150 à 300 euro per maand. Dit bovenop huur kan je niet betalen zonder extra job, vandaar dat ik ook nog voor beeldende kunstenaars werk zoals Hans Op de Beeck”, verklaart Fenia.  

Maar ook Alies Jacobs (26) herkent dit, zij maakt zelf juwelen onder het merk “Massief Jewellery’ en ontwierp de ringen voor Pommelien Thijs haar album ‘Gedoe’: “Ik heb enorm hard gewerkt om te geraken waar ik ben, ik heb een voltijdse job als kinderpsychologe en maak mijn ontwerpen in mijn vrije tijd. Je gaat wel dingen moeten opgeven, neen moeten zeggen tegen uitjes met vriendinnen en durven investeren. Ik ben vaak niet op reis gegaan om mijn ringen te kunnen maken.” Ontwerper zijn is dus duidelijk meer dan een idee, het vergt enorm veel tijd, geld en hard werk. 

Fenia Proost, jonge designer uit Brussel
Alies Jacobs van Massief Jewellery

Standing out en fitting in 
In het leven van een jonge ontwerper spelen anderen een heel grote rol, zo vertelt Thoelens: “In de kunstsector wordt er veel bepaald door ‘significant others’, dit zijn mensen die geen ontwerper zijn en er iets uitpikken dat daardoor belangrijk wordt” Dit kunnen bijvoorbeeld kunstliefhebbers zijn of eigenaars van galeries. Indruk maken op deze mensen is ook niet simpel, je moet met heel veel dingen rekening houden: “Je moet eigenlijk de perfecte balans vinden tussen standing out en fitting in.” 

Fenia herkent dit fenomeen: “Het vak ‘ontwerper zijn’ bestaat nog niet zo lang, vroeger waren het architecten die objecten ontwierpen. Om je hiervan te onderscheiden moet je iets bewijzen. Je moet als kunstenaar altijd de oefening maken: passen tussen alles wat er nu al bestaat maar er ook uitspringen want je bent wel ontwerper, dus je moet er je eigen ding van maken. Ik denk dat elke ontwerper dat heeft. En met sociale media en globalisering wordt dit enkel maar versterkt.” Een goed product hebben is niet voldoende, je moet het ook nog eigen maken en jezelf eigenlijk ook als merk kenbaar maken. 

Maar hoe doen ontwerpers dit dan? Volgens Fenia ligt het antwoord bij jezelf: “Ik denk dat het belangrijk is om jezelf te kennen, en je vast te houden aan je eigen identiteit want dat kan toch niemand nadoen.” Annelies Thoelens van Designpunt bevestigt dit ook. Volgens haar is dat een van de belangrijkste tips voor jonge designers, alles begint bij jezelf écht kennen. Vanbinnen en vanbuiten. Hoe je jouw plekje in het landschap bepaalt is heel belangrijk om te weten welke weg je wil inslaan. Niet enkel wat kan je goed of wat doe je graag, maar ook welke maatschappelijke relevantie je belangrijk vindt. Dat is een van de grootste denkoefeningen voor jonge ontwerpers. 

Ontwerpers onder elkaar
Als ontwerper is het heel belangrijk om jezelf kenbaar te maken, je moet opgepikt worden uit een verzameling van gigantisch veel creatievelingen. Veel beurzen en kansen zijn voor de ‘lucky few’. Iedereen moet strijden om aandacht van de ‘significant others’ want hoe meer ogen er op jou gericht zijn, hoe meer jouw werk als belangrijk wordt gezien. Maar hoe zit het dan met de band tussen deze ontwerpers, heerst er een competitieve sfeer of juist niet? 

Volgens Annelies van Designpunt valt dit allemaal best goed mee: “Je zou willen zeggen dat het vechten om het bot is in de sector, maar dat is eigenlijk totaal niet zo. In de designsector gaat alles er best collegiaal aan toe, iedereen is zich ervan bewust dat elkaar helpen meer oplevert.” De community van jonge ontwerpers is dus best vredig, ze helpen elkaar door samen naar events te gaan of kleine projecten samen op te bouwen. Zo bestaan er in Brussel verschillende initiatieven waarbij jonge ontwerpers hun huis openstellen voor anderen om eens te komen kijken naar hun designs, hier wisselen ze dan ideeën en contacten uit. 

Alies van ‘Massief Jewellery’ vertelt dat het steeds belangrijk is om vriendelijk en collegiaal te blijven, hier kom je namelijk het verste mee: “Je hebt echt supporters nodig, door op café te gaan en open te staan voor iedereen leg je connecties. Met arrogantie kom je nergens.” Zo kwam ze ook in contact met Pommelien Thijs, vriendelijk zijn en buiten komen is echt de boodschap: “Pommelien Thijs kwam ik eigenlijk gewoon op café tegen, zo simpel is dat gelopen.” Pommelien sprak haar aan en vroeg haar naar de ringen die ze maakte, via gemeenschappelijke kennissen leerde Pommelien ‘Massief Jewellery’ kennen. Samen hebben de twee ringen ontworpen en tot op de dag van vandaag draagt Pommelien die nog steeds. Ze waren ook te zien tijdens haar uitverkochte show in de AFAS-Dome. Het Instagram-account van het juwelenmerk kreeg daardoor dan ook een enorme boost. 

Alies Jacobs werkend aan haar ringen

Brussel staat Centraal
In een stad wonen helpt als ontwerper enorm bij het uitbouwen van een netwerk. Er zijn veel meer ogen op je gericht en belangrijke mensen om indruk op te maken. Maar niet enkel dat, Brussel is daarnaast ook een plek die creativiteit enorm stimuleert en waar je ongestoord kan zijn wie je wil zijn. Dat was de voornaamste reden voor Alies om zich hier te vestigen: “Ik heb al overal gezeten, ik kom uit Limburg, heb gestudeerd in Leuven en heb ook een tijdje in Gent gezeten. Vooral in Limburg en Leuven had iedereen steeds iets te zeggen, op hoe ik me kleedde of op mijn ontwerpen. In Gent was dat al iets minder, maar in Brussel voelde ik me het meest op mijn gemak.” Volgens haar mag je in Brussel zijn wie je écht bent, de sfeer is losser en iedereen is vooral bezig met wat hij of zij zelf wil in het leven. 

Brussel is dus duidelijk voor een reden de thuishaven van deze ontwerpers. Als creatieve hoofdstad met unieke subsidies en een vrije geest zorgt ze voor de perfecte omgeving. Niet enkel voor ontwerpers die al een eigen merk hebben uitgebouwd, maar zeker ook voor creatievelingen die ergens willen beginnen maar niet goed weten waar. Brussel staat centraal in het verhaal van deze jonge ontwerpers.