30 mei 2026

Erasmix

Mediaplatform voor studenten

Als een kat in het nauw: Brusselse kattenopvang onder druk 

In Brussel vinden zwerfkatten en achtergelaten katten maar moeilijk een tijdelijke opvangplek. De Brusselse vzw Ever’y Cat en dierenopvangcentrum Veeweyde zoeken daarom voortdurend opvanggezinnen. Zonder extra hulp dreigen steeds meer katten op straat of in overvolle asielen terecht te komen.  

Het geluid van miauwende katten vult de gangen van Veeweyde, het dierenopvangcentrum in Anderlecht. Achter glas zitten kittens dicht tegen elkaar. Vanuit een verhoogd hok springt een ros katje op een bezoeker.  

Het katje is één van de 200 dieren die men in Veeweyde vooralsnog opving dit jaar. Voor vijftig katten is nog altijd geen opvangplek gevonden. Het centrum vangt katten op die door burgers, politie of gemeenten worden binnengebracht.

Dat beeld past bij de Brusselse realiteit, waar veel zwerfkatten blijven rondlopen ondanks sterilisatiecampagnes van Leefmilieu Brussel. Volgens de recentste cijfers uit 2023 vingen Brusselse asielen 2.745 katten op. Het rosse katje is dus geen uitzondering, maar een van de honderden katten die elk jaar in een asiel terechtkomen. Opvanggezinnen moeten helpen om die druk op asielen te verlichten. 

Margot, het rosse half-geblinde katje bij Ever’y Cat

Zorg, rust en socialisatie 

In een opvanggezin krijgt een kat tijdelijk de nodige medische zorg, rust of socialisatie, tot ze geadopteerd kan worden. Ever’y Cat, een Brusselse vzw die zwerfkatten van straat haalt en begeleidt tot adoptie, vangt momenteel zo’n 250 katten op, waarvan een dertigtal in de familiewoning van Stephanie Dalle, de directrice van de vzw. Naast de eigen opvang kunnen ze ook rekenen op 70 opvanggezinnen. Maar dat is ruim onvoldoende. 

Volgens Caroline, administratief verantwoordelijke bij de vzw, wordt de situatie steeds moeilijker. “Als we niemand meer hebben om katten op te vangen, kunnen we de gemelde of gevonden katten ook niet meer van straat halen”, legt ze uit. 

Opvang vraagt tijd en ruimte  

Veel mensen denken nog altijd dat opvang veel geld kost, maar dat klopt niet. “Wij voorzien voeding, materiaal en dierenzorg”, zegt Caroline. Wat opvanggezinnen vooral moeten bieden, is tijd en ruimte. Een opvangperiode duurt gemiddeld één maand, maar kan langer zijn als een kat ziek is of moeilijk geadopteerd raakt. De adoptieouders zijn van alle leeftijden en geslachten.  

Veeweyde-directrice Ludivine Nolf zegt dat een opvanggezin veel inzet vraagt: “Kleine kittens moeten soms om de twee uur gevoed worden.” Vooral oudere, bange of zieke katten hebben baat bij een opvanggezin. Daarom wil ze op termijn ook inzetten op deze formule. 

Kat met haar kittens bij Ever’y Cat

Een tijdelijke rol met impact 

Yara Delplanche ving vorig jaar tijdelijk een poes op voor Ever’y Cat. Oorspronkelijk wilde ze zelf een kat adopteren, maar tijdens haar zoektocht ontdekte ze hoe afhankelijk organisaties zijn van opvangouders. “Ik had niet verwacht dat die nood zo groot was”, zegt ze. 

De poes die Delplanche opving, kende aanvankelijk niet veel succes bij geïnteresseerde opvangouders, omdat Mokka -zo heette de kat- intensieve verzorging nodig had. Het oog van het beestje was zwaar ontstoken en het zat vol wonden. Dankzij medicatie en verzorging herstelde de kat volledig en vond het dier later een nieuwe thuis. 

Opvang steunt op burgers  

Beide organisaties draaien grotendeels op vrijwilligers en donaties. Volgens Caroline ontbreekt het vooral aan structurele opvangruimte. “We vragen al jaren om een plek die de gemeenten ter beschikking stelt”, zegt ze. “Vandaag hangt een groot deel van de opvang af van burgers die tijdelijk hun woning openstellen.” Ook Veeweyde benadrukt dat de opvangcapaciteit beperkt is: als er geen plaats meer is, kunnen nieuwe dieren niet worden opgenomen. Zonder extra opvanggezinnen dreigen organisaties vaker katten te moeten weigeren of langer te laten wachten op opvang.