
De Belgische hoofdstad is wereldwijd bekend om zijn frieten, wafels en chocolade. Maar de gele sterren op het blauwe doek maken van Brussel een bestuurlijke stad van formaat. Naar schatting zijn de EU en bijhorende internationale instanties goed voor 25 procent van de Brusselse economie en zo’n 50.000 jobs. Maar hoe brengt de EU-aanwezigheid de stad juist geld op? En hoe groot is de kost?
Aan het Schumanplein zitten de terrasjes vol. Er wordt druk gebabbeld en gedronken. Naast mensen met korte broeken en blote schouders, zitten ook mensen in maatpak en das, met in hun hand een smoothie. Rond hun nek hangt een blauw lintje met de Europese vlag en een identificatiekaartje. Dat zwaait af en toe heen en weer door de gebaren die ze maken tijdens hun gesprek. Het zijn enkele van de 53.000 werknemers van de EU, een cijfer afkomstig uit een VUB-studie uit 2021. Dat zijn meer mensen dan er in het Koning Boudewijnstadion passen. In totaal zijn ongeveer drie op de vier van die EU-jobs voor Brusselse inwoners.

Dat is volgens Seppe Maes, economisch onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB), een duidelijke meerwaarde. “De aanwezigheid van de Europese Unie in Brussel creëert onmiskenbaar veel werkgelegenheid. Die jobs bevinden zich niet alleen binnen de Europese instellingen zelf, maar ook in de brede omgeving daarrond. Denk daarbij aan advocatenkantoren, ngo’s, vertaalbureaus, horeca, beveiliging, transport, schoonmaak en vastgoed. Economisch gezien is de EU-aanwezigheid dus een groot voordeel, omdat je zo een constante vraag naar goederen, diensten en arbeidskrachten hebt.”
Een vierde van de Brusselse economie
Maar hoe groot is dat voordeel nu juist? Enkele VUB-onderzoekers probeerden die vraag in 2021 al te beantwoorden. “De economische impact kunnen we natuurlijk niet tot in detail berekenen”, klinkt het bij Walter Ysebaert, een van de onderzoekers. “We ontwikkelden een economisch model dat berekent hoe de uitgaven van hoogopgeleide werknemers, zoals EU-personeel, doorstromen naar andere sectoren van de Brusselse economie. Zo kunnen we een inschatting maken van de economische impact van die uitgaves.”
Het cijfer dat uit die berekening kwam ligt tussen 23 en 26 procent van de gewestelijke economie. Alhoewel het een aanzienlijk deel is, is dit volgens Ysebaert nog steeds een onderschatting. “Veel impact, zoals de aanwezigheid van lobbyisten, hebben we niet kunnen meenemen in onze berekeningen, omdat daar geen data voor beschikbaar is.”
Logische inschatting
Het bruto binnenlands product van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedroeg vorig jaar 108,2 miljard. Dat blijkt uit cijfers van BISA, Het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse. Het bbp is de totale waarde van alle goederen en diensten die het gewest produceerde. De EU-aanwezigheid leverde volgens de VUB-studie vorig jaar dus tussen de 25 en 28 miljard euro op. Opvallend: dat is ongeveer evenveel als het jaarlijkse begrotingstekort van de Belgische staat.

Dat cijfer lijkt volgens Sven Gatz, voormalig Brussels minister van Financiën, een logische inschatting. “Ongeveer twintig jaar geleden werd er op vraag van de toenmalige minister-president een soortgelijke studie uitgevoerd. Toen kwamen de onderzoekers uit op een slordige 15 procent.” Dat dit cijfer nu hoger ligt, is volgens de voormalige minister makkelijk te verklaren: “De EU kende intussen een grote uitbreiding doordat verschillende Oost-Europese landen zich bij de unie voegden. Dat zorgde quasi voor een verdubbeling van het aantal EU-werknemers en lobbyisten.”
Luifel of niet?
Terug op het Schumanplein zijn enkele journalisten druk in de weer met camera’s en microfoons en razen mannen in pak voorbij op hun fiets. Op datzelfde Schumanplein is de veelbesproken luifel de opvallende afwezige. Nu de heraanleg van het plein bijna afgerond is, is het nog steeds niet zeker of de futuristische overdekking er komt. Gatz ziet die werf als een van de kosten voor Brussel. “Die luifel is een mooi symbolisch voorbeeld. In principe zijn daar geen extra kosten mee gemoeid, want je legt een plein aan zoals je dat in andere delen van de stad ook doet. Enkel moet er daar dan een chique luifel van twaalf miljoen euro op.”
Ook het opkuisen van de wijken rond het Berlaymontgebouw ziet Gatz als een directe kost. Denk daarbij aan het sneller herstellen van overhoopliggende voetpaden en het opruimen van zwerfafval.
De verdere kosten voor het gewest zijn praktisch nihil. Jaarlijks ontvangt de Brusselse regering een extra dotatie van 55 miljoen euro van de federale overheid. Dit is voor ‘uitgaven met betrekking tot de veiligheid tijdens de organisatie van Europese toppen en de internationale hoofdstedelijke functie van Brussel’. Zo zijn die middelen bijvoorbeeld gebruikt voor het opruimen van de kilo’s aardappelendie achterbleven als gevolg van de boerenprotesten eerder dit voorjaar.

Daarnaast heb je nog de gebouwen van de Europese scholen, die de ontvangende regering financiert. Wederom een kost die onder de federale overheid valt. Volgens de Regie der Gebouwen, de federale overheidsdienst die instaat voor het beheer van de overheidsgebouwen, kost dit jaarlijks 3,6 miljoen euro.
Als je het totaalplaatje bekijkt, zie je vooral veel winst voor het gewest. Zeker als je weet dat veel kosten door de federale overheid worden gedragen. Dat de EU Brussel veel opbrengt bevestigt ook Sven Gatz: “Het is voor ons gewest een zeer goede winstpost, puur economisch gezien. We moeten ons dan ook beseffen, als Brusselaars en Belgen, dat het belangrijk is om Brussel zo Europa-vriendelijk mogelijk te maken.” Het is dus belangrijk dat we ons inspannen om de EU-ambtenaren op de terrasjes van het Schumanplein zo goed mogelijk te verwelkomen.

Alhoewel het geen kost is, verliezen de gewestelijke en federale overheid wel inkomsten doordat EU-ambtenaren geen inkomst belastingen betalen. Dit komt omdat ze intern belast worden ‘bij de bron’, vanuit de EU dus. Volgens de European Union Employment Advisor, een onafhankelijke bron die werd opgericht door enkele oud-EU-ambtenaren, werken er 79.211 mensen voor de EU. Volgens persagentschap Reuters gebeurt dat aan een totale loonkost van 8 miljard euro, en dus aan een gemiddeld jaarloon van een kleine 100.000 euro. Gezien de EU 53.000 mensen in Brussel tewerkstelt, loopt de overheid ruwweg twee miljard euro per jaar mis.
Meer verhalen
Kot gezocht: van wachtlijsten tot dure privékoten in Brussel
Mensen in Brussel: Eliane
Vlaamse universiteiten willen kotaanbod bundelen, Brussel twijfelt: “uiteindelijk moet zo’n platform ook hier toepasbaar zijn”