27 september 2020

Een blik in het leven van minister Wouter Beke: “Ik kan niet werken van 9 tot 5”

Het is weer een drukke dag voor de kersverse Vlaamse minister van Welzijn, titelvoerende burgemeester van Leopoldsburg en aftredende voorzitter van de CD&V. Tussen het verjaardagsfeestje van prinses Elizabeth en een afspraak in Genk door, is Wouter Beke een uur thuis waarvan hij vijftig minuten met mij in gesprek gaat. Eerst nog snel in de brievenbus kijken en zijn vrouw Leen en zijn kinderen Warre (15), Mine (13) en Nette (8) een zoen geven. En dan vliegen we erin. Een portret.
door Romy Volders

U staat op de veertiende plaats op de lijst van populairste politici, toch is het onvermijdelijk dat er kritiek wordt gegeven op u. Bijvoorbeeld op uw Facebookpagina zie ik veel mensen grove reacties plaatsen. Ligt u daar van wakker?
“Kritiek krijgen is nooit fijn, maar dat weet je wel als je je nek uitsteekt. Daar moet je voor een stukje tegen kunnen. Als mensen het oneens zijn met mijn visie of kritiek hebben op dat ik het rechtvaardige doe, dan kan ik dat wel plaatsen. Want over mijn visie heb ik lang nagedacht en met mijn acties kan ik nooit voor iedereen goed doen. Voor iedereen goed doen, kan onrechtvaardig zijn. Als je toelaat dat de ene rechts rijdt en de andere links, dan wordt het gevaarlijk.
Ook de voldoening van mijn job helpt. Ik ben altijd in de politiek geweest om dingen te veranderen. Het is dan ook nodig om iets te doen met zaken waar je affiniteit mee hebt, anders ga je dat ook niet goed doen.
Wanneer het persoonlijk wordt, is het natuurlijk minder fijn. Ikzelf kan daar wel tegen, ik heb simpelweg geen tijd om me daar mee bezig te houden. Maar de mensen die mij omringen, mijn vrouw en mijn ouders, zijn dan wel bezorgd. Ook mijn kinderen zitten al op Facebook en kunnen meelezen. Daar zit ik dan meer mee in.”

U heeft een druk leven: hoe combineert u uw werk met uw gezin?
“Die balans is niet in evenwicht. Ik heb het geluk dat ik een vrouw heb die het gezin toch in evenwicht brengt. Ik heb ook wel geen andere hobby’s. Bij mij is mijn job mijn passie en de tijd die ik dan overheb, wil ik dan wel aan mijn kinderen en mijn vrouw besteden. Ik zou het persoonlijk heel hebberig vinden om te zeggen: ‘Op de avond die ik nu vrij heb, ga ik met mijn vrienden naar het voetbal.’
Zelfs als ik zeg: ‘Zou ik er niet beter mee stoppen, met al die ellende.’ Dan is zij de eerste die zegt: ‘Nee, nu moogt ge niet opgeven.’”

Is het soms niet hard om weinig tijd te hebben met hen?
“Ja… Voor een stuk wel. Toch heb ik niet het gevoel dat ik een afwezige vader ben. (twijfelt) En ik denk ook niet dat mijn kinderen dat vinden. Mijn vrouw vindt het aan de ene kant denk ik wel erg, maar aan de andere kant weet ze ook dat ze met iemand getrouwd is die niet van 9 tot 5 werkt en dat die daar gelukkig mee zou zijn. En als het soms wat teveel wordt, dan proberen we een weekend een time-out in te lassen. Op die manier trachten we toch die balans te houden.”

“Wij proberen onze kinderen op te voeden met vrijheid en verantwoordelijkheid.”

In een interview met Humo zegt uw zoon Warre dat hij niet zeker is of hij zelf in de politiek wil stappen als hij ouder is. Zou u later uw kinderen aanmoedigen om voor zo een job te gaan?
“Als je dat niet in je hebt, dan moet je dat niet doen. Maar als dat wel het geval is, dan zou ik dat niet ontmoedigen. Ik zou dan wel zeggen: “Weet dat ge regelmatig met uw kop tegen de muur gaat lopen”, zoals dat bij mij ook al gebeurd is. En dat het veel onzekerheid met zich meebrengt. Om de zoveel jaren zijn er verkiezingen en die heb je toch voor een stuk niet in de hand.”

In datzelfde interview zegt Warre dat u en uw vrouw best strenge ouders zijn. Hoe bent u zelf opgevoed?
“Wij proberen hen op te voeden met vrijheid en verantwoordelijkheid: je krijgt vrijheid, maar daar staat wel verantwoordelijkheid tegenover. Ik ben zelf ook zo opgevoed geweest. Niet alleen door mijn ouders, maar ook als lid en leiding van de KSA en op school bij de nonnekes. Daar was een heel strenge zuster-directrice. Zuster Paulette. Zij heeft generaties gevormd, ze was ongelooflijk streng. Maar als ze wist dat je op een verantwoorde manier omging met je vrijheid en daar geen misbruik van maakte, dan kreeg je ook veel vrijheid.”

Waarom wilt u werken rond welzijn?
“Menselijke vrijheid is voor mij iets belangrijks. Niet iedereen is vrij, de vrijheid van iemand die ziek is, is anders dan van iemand die gezond is. En dat is mijn drijfveer om aan politiek te doen: dingen in beweging zetten om mensen een plekje in de gemeenschap te geven. Dit is wel een gigantische uitdaging met ontzettend veel problemen, maar tezelfdertijd een uitdaging om er een steen in de rivier voor te verleggen.”

Welk moment in uw leven zou u willen terugdraaien?
“Gisteren had ik nog zo een moment. Soms moet je keuzes maken waarbij dat je weet dat je ook iemand gaat kwetsen. Als partijvoorzitter heb ik dat al een paar keer moeten doen, omdat je bij de ministersaanduiding tussen verschillende goede mensen moet kiezen die allemaal het talent hebben om het te doen. Dat kan je dan wel voor jezelf rechtvaardigen, maar soms door omstandigheden gedwongen, kan je dat een beetje dom aanpakken. Dat je achteraf zegt: “Dat had ik beter op een andere manier aangepakt.” Dan moet je dat ook durven zeggen en mag je niet te beroerd zijn om je kwetsbaarheid te tonen.”

Het irriteert mij als anderen lui zijn en in de zetel niks liggen te doen

Bent u verslaafd aan iets?
(denkt na) “Een beetje aan werken. Ik kan moeilijk lui zijn, in de zetel niks doen. En het irriteert mij als anderen dat wel doen. Ik vind dat een waste of time. Ik ben nooit iemand geweest die een 9 to 5 mentaliteit heeft. Ik ben ook niet iemand die zegt: ‘Nu ga ik de hele namiddag gewoon in mijnen hof zitten en naar de vogelkes kijken.’ Alle sympathie voor mensen die dat wel kunnen doen, ik zou soms ook in hun plaats willen zijn. Maar bij mij maalt er dan zo veel in mijn hoofd, dat ik het niet kan.”

Dan vraag ik mij nu af: hoe houdt u het vol op vakantie?
“Tot nu toe lopen mijn vakanties en mijn job toch wel door elkaar. Je kan niet twee weken helemaal weg zijn. Je blijft het toch allemaal volgen, je blijft je mails beantwoorden, je blijft mensen aansturen als partijvoorzitter. En ik denk, mocht ik dat niet doen, dan zou ik me op den duur geweldig gaan opjagen in het werk dat er ligt als ik terug thuiskom. Iedere vogel zingt zoals ie gebekt is, hé. En ik ben zo gebekt. Dus daar voel ik mij het meest comfortabel bij.”

Als u een job zou moeten kiezen buiten de politiek, welke zou dat dan zijn?
“Ik heb acht jaar in het onderwijs gestaan aan de universiteit, dus ik wil ooit wel weer terug gaan lesgeven. Vroeger gaf ik Politieke Wetenschappen aan de universiteit, maar dat zou ik niet per se weer willen geven. Ik sta ook open voor Hogescholen of laatstejaars in het humaniora. Voor de lagere school heb ik te weinig geduld.” (lacht)

Waar bent u dankbaar voor?
“Voor de medewerkers waarmee ik mag werken. Als burgemeester of minister sta je voor een stukje op de voorgrond, maar het zijn de mensen op de achtergrond die mee dingen mogelijk maken. Eigenlijk ben je heel broos en breekbaar. Dat is dikwijls niet te zien. Sommigen zeggen: ‘Ik sta hier en de rest mag blij zijn dat ze achter mij staan.’ Nee. Ik heb altijd het geluk gehad dat ik mensen heb kunnen engageren, motiveren en aantrekken om deel uit te maken van mijn ploeg. Als minister moet ik nu bijvoorbeeld een aantal medewerkers zoeken. Aan iemand waar ik vroeger mee gewerkt heb, heb ik gevraagd of hij toch niet opnieuw bij mij zou willen komen werken. Hij moet een flink stuk van zijn loon inleveren, dus ik dacht nooit dat hij dat zou doen. Toch niet voor mijn schoon ogen. (lacht) Ondertussen heeft hij laten weten dat hij het doet. En dat ontroert mij wel.”

Gelooft u als christendemocraat in God?
“Ik ben niet letterlijk gelovig, maar ik geloof dat je na de dood in het goede kan voortleven van de ander. En ik denk dat dat ook de leidraad is om het goede te doen. Als je dat niet hebt, vind ik persoonlijk, dan is het soms heel moeilijk om het goede te doen. Ik geloof ook dat er iets boven ons is, dat het leven meer te betekenen heeft en meer zin heeft dan alleen maar het hier en het nu. Op moeilijke momenten geeft dat mij een houvast, maar ook op mooie momenten. Ik denk op scharniermomenten in het leven, of het nu gaat over de geboorte, de dood of het moment dat mensen elkaar ontmoeten. Er zijn dingen die zo moeten zijn.”