17 augustus 2022

Leerbuddy’s zijn niet alleen tijdens, maar ook na corona belangrijk

Studeren met leerbuddy’s kan wel eens de toekomst zijn voor leerlingen uit het lager en secundair onderwijs die kampen met leerachterstand. Nu corona in het land is, doen scholen steeds vaker een beroep op vrijwilligers. Die extra hulp moet scholieren opnieuw motiveren en doen geloven in hun eigen capaciteiten. Daarom zijn nogal wat betrokkenen er voorstander van om leerlingen die het nodig hebben, ook voor een langere periode met een leerbuddy te laten studeren.        
door Nikita Goossens

Sinds februari is Daphne Agneessens leerbuddy. Ze zit in het tweede jaar van de opleiding Secundair Onderwijs aan de Erasmushogeschool Brussel. In haar vrije tijd helpt ze nu leerlingen die het moeilijk hebben met onder meer Engels, Nederlands en wiskunde. Ze vindt het een goede leerschool: ‘Ik heb nu extra oefentijd als leerkracht met werkvormen die ik misschien niet meteen op een stage tegenkom. Ik kan bovendien meer experimenteren. Als een methode niet werkt, weet ik het beter voor de volgende keer. Tijdens stages is er minder ruimte om fouten te maken.’ Van de school van één van haar leerlingen kreeg ze al te horen dat die leerling heel tevreden is over haar hulp. ‘Dat geeft natuurlijk voldoening’, zegt Daphne.

Evy Neuteleers

De leerkracht beslist
De school bekijkt zelf welke leerlingen in aanmerking komen voor extra hulp en geeft die informatie door aan de bevoegde instantie. Zo werd Daphne via de dienst Jong van Stad Halle gematcht met haar leerlingen. De stad organiseert dus zelf de hele buddywerking. ‘In januari zijn we voor de tweede keer met een buddyproject gestart’, zegt projectverantwoordelijke Evy Neuteleers. ‘Al voor corona was er een grote vraag van ouders naar huiswerkbegeleiding. Door corona is die er in een stroomversnelling gekomen’. In juni 2020 begon de eerste zoektocht naar leerbuddy’s en toen meldden ongeveer vijftig vrijwilligers zich aan voor hulp tijdens de zomermaanden. Door het succes besloot het stadsbestuur daar op voort te bouwen. ‘We hielden ook weer kennismakingsgesprekken met kandidaat-buddy’s om te kijken of ze in aanmerking kwamen. We verkiezen iemand met een pedagogische achtergrond zoals studenten uit een lerarenopleiding of gepensioneerde leerkrachten, maar bijvoorbeeld een vader van twee kinderen kan ook de nodige ervaring hebben’, aldus Neuteleers.

Intussen is de vraag naar leerbuddy’s veel groter dan het aanbod. Momenteel zijn er ongeveer tachtig leerbuddy’s, maar er is een lange wachtlijst van leerlingen. ‘Het lijkt ons beter om in de toekomst eerst een duidelijk zicht te hebben op het aantal leerbuddy’s vooraleer scholen leerlingen kunnen aanmelden. We hebben al heel wat ouders blij gemaakt, maar we hebben er jammer genoeg ook moeten teleurstellen. Dit willen we in de toekomst absoluut vermijden’, zegt Neuteleers. Die toekomst mag er voorn haar morgen al komen. Na het einde van dit schooljaar wordt het project geëvalueerd om te kijken of het kan voortgezet worden na corona.

Leerachterstand door corona
Door het coronavirus is afstandsonderwijs lang – al dan niet deeltijds – de norm geweest. Dit heeft op veel leerlingen een impact gehad. De KU Leuven stelt in het basisonderwijs een leerachterstand vast van maar liefst een halfjaar. Zowel in het basis- als in het secundair onderwijs zal er alleszins veel inspanning nodig zijn om die weg te werken. Wanneer ouders daar zelf niet goed bij kunnen helpen, kunnen leerbuddy’s bijspringen. Het grote voordeel is dat leerbuddy’s gratis zijn en dat maakt het project heel toegankelijk. Het is ook steeds de leerkracht – en dus de persoon die het dichtst bij de leerling staat op het vlak van onderwijs – die een buddy kan aanvragen. Dit zorgt ervoor dat de meest kwetsbare leerlingen zeker aan bod komen.

Ben Leus

Kloof verkleinen
Toch is er ook bij bijlesgevers tegen betaling duidelijk meer vraag naar begeleiding. Ben Leus werkt al drie jaar bij Studant vzw, een organisatie van hogeschool- en universiteitsstudenten die bijles geven aan onder meer middelbare scholieren. Hij merkt een duidelijk verschil in de vraag sinds corona: ‘Normaal had ik vier bijlessen per week en nu zijn dat er zeven. Studant legde me nog meer aanvragen voor, maar ik heb ze moeten weigeren door een gebrek aan tijd’, zegt Leus. Hij geeft aan dat ook het aantal begeleidingen op lange termijn is toegenomen: ‘Leerlingen lijken een grotere zekerheid te willen hebben. Voor corona kregen we regelmatig aanvragen voor begeleiding van bijvoorbeeld drie weken lang, maar nu steeds vaker voor het hele semester alsof ze denken dat het zonder hulp niet gaat lukken.’
Leerbuddy Daphne merkt bij haar eigen leerlingen vooral moeite met het Nederlands: ‘Door het afstandsonderwijs hebben leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, minder kunnen oefenen. Ik denk zeker dat dit een effect heeft op hun taalontwikkeling. Wanneer ik een achterstand zie bij een bepaald vak, dan is dat soms wel te herleiden naar het feit dat ze de Nederlandstalige uitleg onvoldoende begrijpen. De ouders kunnen hen daar ook niet altijd bij helpen.’ Sommige leerlingen hebben het nu ook nog moeilijker met vakken waar ze al last mee hadden voor corona. Deze leerlingen zouden er dus bij gebaat zijn om ook op lange termijn begeleiding te krijgen. ‘Al is het maar één sessie per week, ik denk wel dat het een voordeel kan zijn. Het zou de kloof tussen de zwakkere en sterkere leerlingen kunnen verkleinen. Daarnaast kan extra begeleiding ervoor zorgen dat leerlingen gemotiveerder zijn en hun potentieel volledig benutten. Misschien gaan ze daardoor later zelfs voortstuderen’, zegt Daphne.

Daphne Agneessens

Les leuk maken
Voor leerlingen blijft een bijles met een leerbuddy natuurlijk nog steeds les. Daphne doet daarom haar best om de sessies zo leuk mogelijk te maken: ‘Zeker wanneer ik een leerling op woensdagnamiddag of zaterdag zie, wil ik het leuk maken.’ Een sessie duurt een klein uurtje. ‘Soms krijgen leerlingen van de school al taken waar ze aan kunnen werken en dan help ik hen daarbij. Andere keren zorg ik zelf voor extra oefeningen ter voorbereiding op een toets of omdat ze iets niet begrepen in de les. Voor één van mijn leerlingen maak ik bijvoorbeeld een quiz om moeilijke woordjes in het Nederlands in te oefenen’, zegt Daphne.
Bij twee leerlingen van Daphne vinden de sessies bij hen thuis plaats. Voor de andere twee kan het op school. ‘Je kan er als leerbuddy voor kiezen om op afstand les te geven, maar ik vind het persoonlijk makkelijker om het face-to-face te doen. We dragen dan natuurlijk wel een mondmasker’, zegt Daphne.

Tineke Van Rafelghem

Meer leerbuddyprojecten
Tineke Van Rafelghem werkt voor Leerbuddy Vlaanderen, een initiatief dat de bestaande buddyprojecten met elkaar verbindt. Ze hoopt dat er specifiek voor leerbuddymomenten tijd voorzien wordt in het onderwijscurriculum: ‘Zo kan de leerachterstand op een structurele manier aangepakt worden, zonder de leerling te verplichten om na de schooluren te blijven of een pauze op te geven.’
Leerbuddyprojecten bestonden al voor corona, maar door de gevolgen van de pandemie kregen die initiatieven een boost. Schoolmakers vzw richtte Leerbuddy Vlaanderen specifiek op om de gevolgen van het coronavirus in het onderwijs te beperken. Tineke Van Rafelghem probeert nu de bestaande projecten in kaart te brengen en helpt ze te groeien: ‘Concreet bekeek ik bijvoorbeeld met Evy van het initiatief in Halle waar we konden helpen. Uiteindelijk hebben we Halle als optie op ons aanmeldingsformulier opgenomen. Zo kunnen vrijwilligers uit die buurt ook via ons bij het lokale initiatief geraken.’
Zelf matcht Van Rafelghem ook leerbuddy’s en leerlingen in bepaalde regio’s als er daar nog geen bestaand initiatief is of als dat nog niet goed is uitgebouwd: ‘Ik breng de scholen in contact met de leerbuddy’s en organiseer ook (virtuele) bijeenkomsten waar verschillende partijen ervaringen kunnen uitwisselen. Het is de bedoeling om elkaar op die manier te inspireren en te ondersteunen waar mogelijk’, zegt ze. Voorlopig bestaat Leerbuddy Vlaanderen nog tot augustus. Dan wordt het project geëvalueerd. ‘Het is de bedoeling om het initiatief op een duurzame manier verder te zetten in de toekomst. Op welke manier dat zal zijn, wordt nog volop uitgedacht’, sluit Van Rafelghem af.

Leerbuddy
Daphne zou zich alleszins ook op lange termijn willen engageren: ‘Ik vind het een heel leerrijk project. Het is ook fijn om te zien hoe leerlingen uit hun schulp kruipen naarmate ze mij beter leren kennen. Natuurlijk moet het te combineren blijven met mijn studie en later met het werk. Maar als het kan, dan wil ik het wel heel graag blijven doen.’