24 mei 2024

Acteur en politicus Walter De Donder: “Het drukke leven is mijn elixir”

We kennen hem als het mythisch wezen Kabouter Plop of als burgemeester in Samson en Gert. Walter De Donder is daarnaast ook echt burgemeester van Affligem. Onlangs maakte hij voor het eerst zijn entrée in een spelprogramma. Hij was een verrader in het gelijknamige VTM-programma. In dit interview komen we meer te weten over zijn weg naar succes en vertelt hij over wat nog op zijn bucketlist staat.          
Tekst en foto’s Wout De Rycke

Een acteur-politicus zijn leven is druk, dat heb ik mogen ondervinden. We hadden afgesproken om half twee in het gemeentehuis van Affligem. Het gemeentepersoneel vertelde dat de burgemeester nog in aantocht was. Ik nam dus plaats in de wachtzaal en overliep de thema’s waarover ik ging praten. Hoelang ik daar ook moest wachten, ik wist dat hij wel ging opdagen. Na twee uur in de wachtzaal kreeg ik opeens te horen dat de burgemeester gearriveerd was. Aan zijn kantoor hoorde ik de welgekende stem zeggen: “Dag Wout, kom maar binnen. Nu heb ik je toch lang laten wachten.” Er volgden een stevige handdruk en een heleboel excuses. Ik vroeg hem met wat hij het zo druk had.

Walter De Donder: “Ik heb het altijd druk en het probleem is, zoals je nu ziet, daardoor ben ik vaak te laat. ’s Morgens weet je waar je aan begint, maar dan wordt je agenda toch alle dagen doorkruist. Dat zorgt voor stress, maar dat maakt de dagen ook boeiend. Ze smijten mij zo vaak onvoorbereid in een thema. Je komt dan onbeslagen op het ijs, gelukkig heb ik een goed geheugen. Dan zoek ik even waar het over gaat, maar meestal vraag ik mij achteraf af, of ik wel een goeie indruk heb gemaakt. Dus, tijd is belangrijk en meer voorbereidingstijd zou af en toe helpen.

U bent op uw vijftiende gestopt met school.  Was dat toen een bewuste keuze?
“Ik ben toen een beetje impulsief gestopt, omdat ik niet echt een goede student was. In die tijd, meer dan 45 jaar terug, was het de gewoonte om dat te doen als je slecht scoorde op school. Je moest meteen gaan werken en kreeg geen tweede kans. Ik ging enthousiast als bakkersjongen werken en dacht dat ik de beste bakkersjongen ging worden. Dat is niet uitgekomen, maar het toonde wel de ambitie die er al was op dat moment. Ik leerde de rug te rechten en te vechten voor mijn bestaan.”

Later bent u bij toneelgroep Prutske beland. Daar bent u opgepikt voor gastrollen bij de toenmalige BRT. Hoe ging dat dan in zijn werk?
Ik had een regisseur Antoine Cogen die lid was van het dramatisch gezelschap van de BRT. Daar was een vaste poule van acteurs in dienst. Een stuk of twaalf benoemde acteurs waaruit de BRT kon putten als ze een dramaserie maakten. Hij was de man die mij meenam naar Aalst, Gent en zo verder de grote steden afging. Zo ben ik losgeweekt van mijn eigen toneelgroep en uit mijn eigen dorp.
Ik schreef mij in als figurant en bekeek ondertussen hoe het technisch in elkaar zat op televisie. Dat heb ik volgens mij twee seizoenen gedaan bij FC De Kampioenen. Ik had tijd genoeg om te stelen met mijn ogen.”

Bij Samson en Gert begon u in een gastrol. Zag u meteen het potentieel van die serie toen u de rol aannam?
Helemaal niet, ik ben er ingekomen in september 1990, voor één keer, om hen uit de nood te helpen. Er was toen niemand uit dat dramatisch gezelschap die een rol wou spelen in Samson en Gert. Ik liep toen Hans Bourlon tegen het lijf, die producer was van het programma. Ik kende hem al van vroeger, we zaten als kind samen in de muziekschool. Die vroeg toen of ik hem uit de nood wou helpen. Ik dacht dat het wel kon voor één keer. Nadien belde hij mij terug en binnen de twee maand was ik een vaste figuur. We zijn nu 33 jaar later en ik sta er nog, een beetje vreemd toeval.”

Hoe is het personage van Kabouter Plop dan later tot stand gekomen?
In 1997 zijn we met Kabouter Plop begonnen. Op een bepaald moment vroegen Hans en Gert mij of ik de rol van kabouter wou spelen. Toen bedacht ik me wanneer ik dat nog zou doen. We zijn nog één keer samengekomen om het kostuum te bekijken en ik was meteen verbaasd. Ik heb dan toch maar toegezegd en ben dat beginnen doen zonder veel regieaanduiding en omschrijving van het personage. De regisseur zei de eerste dag dat het niet op de burgemeester mocht lijken. Ik heb er toen maar een andere figuur van gemaakt. Het klinkt nu misschien wel amateuristisch, maar zo is het gegaan.”

Muziek en het gezin

U speelt in een fanfare met uw broer, hoe bent u daar beland?
Ik was twaalf jaar in 1973 en begon toen met lessen in de muziekschool. Toen heette dat de muziekschool nu zegt men kunstacademie. Ik probeerde alles te volgen, ik deed notenleer, koperinstrumenten, dictie, drama, toneel en muziekgeschiedenis. Ik vond dat geweldig, het was de tijd van mijn leven. Ik dacht ‘als ik dit heel mijn leven mag doen’, maar dat is niet realistisch uiteraard. Toen ben ik bij de fanfare gegaan, zodat ik er toch iets mee kon doen. Ik ben dan met mijn broer begonnen en speel daar nu nog.”

Over muziek gesproken, uw dochter heeft haar eerste single uitgebracht. Wat doet dat met u om uw dochter in uw voetsporen te zien treden?
“Het doet mij een beetje vaststellen dat er onder een perenboom geen appelen vallen. Dat talent toch van ergens moet komen. Ze speelt ook in toneelgroep Prutske. Dezelfde toneelgroep waar ik ooit ben begonnen toen ik zeventien jaar was.  Ze doet het goed en ik heb geprobeerd te helpen met die eerste single. Ik heb mee aan de teksten gewrongen, om mijn idee daarover te geven. Daarnaast heb ik de juiste technische crew bij elkaar gezocht voor de videoclip.”

Komt er na die eerste single ook een vervolgalbum of zijn we zover nog niet?
Er komt zeker een vervolg, we hebben nu Voltooid Verleden Tijd. Dat is een mooie videoclip, dat is goed ingezongen. Er liggen nu zeven, acht teksten klaar waarvan er twee bij een componist en arrangeur zijn.”

U hebt zelf een druk leven, uw dochter duidelijk ook al. Op welke manier kan u dan toch nog tijd maken voor uw gezin?
“Bijna niet, dat is een beetje het nadeel. Mocht ik herbeginnen, zou ik het opnieuw doen. Je mist veel van het gezinsleven en moet vaak zeggen: ‘ik ben er dan niet’. Dat is een beetje moeilijk soms, maar ik ben al meer dan dertig jaar gewend. Ik zou verloren lopen als ze me morgen zeggen dat ik mag thuisblijven en genieten van het familiale leven.”

Uw houvast blijft dat drukke leven als ik het goed begrijp?
Ja, dat drukke bestaan is mijn elixir en zorgt voor mijn zuurstof. Het is wel verrijkend voor de geest om verschillende dingen door elkaar te doen. Het zijn twee werelden waar je in terechtkomt.”

Politieke carrière

Dan even over politiek, door de Kristelijke WerknemersBeweging bent u eigenlijk in de politiek gerold, klopt dat?
“Ik was vroeger ook actief in de Chiro, daar ben ik begonnen met mijn sociaal engagement. Dat heb ik dan doorgetrokken naar de fanfare omdat dat ook een gemeenschap is waar je inzit. Je moet dingen organiseren en zo ben ik in de KWB beland. Daar ben ik voorzitter geworden, opnieuw door mijn goeie vaardigheden als organisator. Ik zat nog in andere sociale verenigingen en wou altijd dingen uit de grond stampen. Ik heb mensen geëngageerd om dingen te organiseren en het vooral plezant te maken in Affligem, destijds Hekelgem. Het logische gevolg is dan om in de politiek te gaan, ik heb dat wel eerst een beetje afgehouden, maar heb uiteindelijk toch toegegeven.”

Ervaart u soms dat u een deel van uw geloofwaardigheid verliest door rollen zoals Kabouter Plop?
“Ja, dat is wel zo, ik voel dat aan de mensen. Ze zeggen mij dat niet, maar ik zie hen zo denken: wat komt die hier nu doen, dat is geen echte politicus. Een beetje vreemd, maar dat went wel en je moet je daarover zetten. Het is belangrijk dat ik mij onderscheid door ervaring en kennis. Je moet het ook vooral simpel houden. De boodschap moet helder zijn en zo onderscheid ik mij een beetje van de rest. Ik ben een atypische politicus, vind ik zelf. Morgen moet ik naar een congres in Nazareth. Ik zit daar dan met: een professor van de Katholieke Universiteit van Leuven en iemand van de Universiteit Gent. Dan denk ik: wat zit ik hiertussen te doen? Het feit dat ze mij vragen en mijn mening willen, dat toont toch aan dat ze ertoe doet. Toch ga ik ook daar ervaren dat sommigen een beetje vreemd gaan kijken als ik aan tafel kom. Sommigen zeggen bijna letterlijk: wat komt Kabouter Plop hier doen. Die mensen kunnen het onderscheid niet maken tussen fictie en realiteit. Ik zit wel al lang in de politiek, ik ben al actief sinds het jaar 2000 en ben nu twaalf jaar burgemeester. Dan krijg je met de tijd toch een soort legitimiteit.”

In 2019 was u kandidaat voor het voorzitterschap van CD&V, wat zijn uw ambities nog binnen de politiek?
“Ik zou graag nog burgemeester blijven, dat is mij ook specifiek gevraagd door de groep waar ik inzit. Ik heb hen zelf gezegd dat zij in mijn plaats mochten beslissen. Als ik provinciaal nog een rol zou spelen dan doe ik dat ook. De ambitie om opnieuw te proberen op federaal of Vlaams niveau is er niet meer. Ik wou in 2019 vooral aan de boom schudden. Ik wou laten voelen dat er meer geluisterd moet worden naar het gemeentelijke niveau. Er worden federaal en op Vlaams niveau veel beslissingen genomen die praktisch niet haalbaar zijn op regionaal niveau. Veel burgemeesters zeggen dan ook: wat hebben ze nu weer in Brussel beslist. Klokkenluider blijven daarin moet je realistisch zijn, dat gaat niet meer. Het zal stilaan aan de jeugd zijn.”

U zou ook heel wat kritiek hebben gekregen als u op Vlaams of federaal niveau actief zou zijn door uw rol als acteur, denkt u ook niet?
“Dat zou kunnen, omdat ik bekend ben. Ik ben daar wel tegen gewapend. Door zo lang al op televisie te komen weet je dat mensen ook kritischer zijn. Je loopt letterlijk en figuurlijk in de kijker. Je leert daar mee omgaan, mensen roepen je na en je moet op je tellen letten. Je bent nooit incognito, want iedereen weet wie je bent. Dus, je kan volgens mij wel voorspellen dat mensen iets kritischer gaan zijn voor mij.”

Om dan even over die kritiek verder te gaan. U hebt in 2019 de term ‘ontvolking’ gebruikt en daar veel kritiek voor gekregen. Wat bedoelde u met die term of met die uitspraak?
“Dat was in een spreekbeurt en ik stelde mij voor als kandidaat. Iemand stelde mij de vraag: hoe gaan jullie om met migratie? Toen heb ik gezegd: neem het voorbeeld van de steden. In Brussel zijn er ongeveer 25 000 mensen per jaar die uit de stad weg willen. Die zoeken een nieuwe thuis in de rand of brede rand van Brussel. De vraag was dus concreet: hoe ga je daar als gemeente mee om? Ik wou toen mijn verhaal vertellen over hoe wij die mensen opvingen. Verder ging het over huisvesting enzovoort. Ik kwam niet op het woord stadsvlucht. Dat was een spontaan antwoord. Ik heb op een bepaald moment willen zeggen dat de steden leeglopen en ik gebruikte de term ontvolken. Dus, in mijn antwoord over hoe wij dat als kleine gemeente opvangen gebruikte ik die term. Toen hebben een aantal vooral linkse mensen daarvan gemaakt: ‘De Donder doet het licht uit in Vlaanderen, hij heeft het woord omvolking gebruikt’. Ik heb dat woord niet gebruikt en heb dat moeten opzoeken. Ik heb die artikels hier nog allemaal liggen, ze spiegelden mij af als extreemrechts. Ik heb die artikels met verbazing gelezen en dacht: ‘komaan, ik kon gewoon het woord stadsvlucht niet vinden’. Als ik zoiets zeg, is het meteen alle hens aan dek. De hoofdredacteur van Knack schreef met bloed aan zijn pen. Wij doen hier heel veel om de mensen te helpen integreren, als ik de term omvolking ooit zou willen gebruiken dan zou ik al die moeite voor de gemeente niet doen.”

De Verraders

Tijdens uw deelname aan ‘De Verraders’ zag men u op een andere manier. Zou u nog deelnemen aan zulke programma’s en waarom?
“Natuurlijk, ik heb er veel plezier aan gehad. Het heeft mij ook op een plaats gezet waar ik een beetje onwennig was. Je ziet mij niet vaak opduiken in zulke spelprogramma’s of andere zaken die niets met Studio 100 te maken hebben. Men vraagt mij niet, omdat ze denken: die heeft toch geen tijd of die kan niks anders dan Plop spelen. Ik vond inderdaad dat het mij de gelegenheid gaf om te tonen aan de mensen hoe ik echt ben. Weg van de rol en de pose van een politicus, daarin moet ik doorgaans ernstiger zijn. Moesten mensen zien hoe ik hier doe in Affligem, achter de schermen, dat is één partij lol trappen. Door mee te doen aan zo een programma stel je jezelf een beetje zwak op. Ik zou toch niet twijfelen om nog mee te doen aan dergelijke programma’s. Ze hebben mij ook gevraagd voor De Buurtpolitie, dat heb ik gedaan. Voor Masterchef ook, dat heb ik dan weer niet gedaan. Ik kreeg daar een lijstje van wat ik allemaal al moest kunnen, ik moest bijna een sterrenrestaurant hebben. Ik dacht dat niveau haal ik nooit. Verder wil ik aan veel dingen meedoen, met de simpele opmerking dat het geen zware fysieke proeven zijn. Dat laat ik aan de jongeren over.”

De toekomst

Wat staat er nog op uw persoonlijke bucketlist, naast de politiek en het acteursleven?
“Ik zou graag nog meer muziek spelen, meer lezen en een beetje meer koken voor mijn gezin. Ik ben ook aan een boek bezig dat zou ik graag finaliseren. Ik werk daar al lang aan, maar ik stel dat altijd uit. Nu is het toch wel echt in zijn laatste fase. Verder start ik een podcastprogramma met een operazangeres. Het zou een soort live podcast zijn, waarbij zij stukken inzingt. Ik vertel dan over het leven van de componist en leuke verhalen over opera. Dat boksen we nu in elkaar, dat is allemaal leuk, zulke dingen zou ik graag verder doen.”

Waarover zou het boek gaan?
“Het is een deel biografisch en een stuk over mijn maatschappelijk standpunt. Hoe ik denk dat de maatschappij op sommige vlakken beter en efficiënter kan gemaakt worden. Je zou het een politieke boodschap kunnen noemen, want sommigen vragen zich af: wat denkt die man nu echt.”

Iedereen in Vlaanderen weet wie Walter De Donder is en als ze dat niet weten dan kennen ze Kabouter Plop wel. Stel dat u zich toch zou moeten voorstellen aan iemand hoe zou u dat dan doen?
“In het medialandschap zou ik me natuurlijk kunnen voorstellen als de man die al 33 jaar burgemeester speelt in Samson en Marie ondertussen. Als de man die Kabouter Plop vorm heeft gegeven en daar toch ook succes van heeft gemaakt in België en een deel van Nederland. Die veel duizenden kinderen, om niet te zeggen miljoenen kinderen, hun hart heeft veroverd door er zulke warme figuren van te maken. Dus, wij hebben als groep iets teweeggebracht. Ik heb meegedaan met de Studio 100 SingAlong in het Sportpaleis.  Ik was bij de Rewind Party van Studio 100 en stond op een bepaald moment helemaal alleen op het podium. Als je achttienduizend volwassenen mag entertainen als burgemeester van Samson en die doen alles wat je zegt, dan heb je wat betekend. Dus, ik zou mij moeten voorstellen als acteur die veel teweeggebracht heeft. Televisie bestaat zeventig jaar wij hebben daar 33 jaar actief van meegemaakt, dat is uniek.
Als politicus zou ik dan moeten zeggen dat ik onderaan de ladder ben begonnen. Als gemeenteraadslid in 2000, ik ben dan in 2007 schepen geworden en burgemeester in 2011. Ik heb het mooi opgebouwd. Ondertussen zit ik in de raad van bestuur van de woonmaatschappij en ben ik voorzitter van de vereniging Haviland. Dat is een vereniging met 35 gemeenten. We proberen Vlaams-Brabant een beetje op de kaart te zetten. Ik zie politiek als een engagement, ik ben in de politiek ook een soort selfmade man. Ik kom niet uit een politieke familie en behoor niet tot bepaalde politieke kringen. Altijd werken, nooit omkijken, altijd proberen beter doen dan gisteren. Ik probeer continu Affligem verder vooruit te helpen.”

Wat zou u doen met uw dagen als politiek zou wegvallen?
“Ik zou de politiek in elk geval nog volgen, dat ga ik nooit kunnen loslaten. Als ze mij vragen om te stoppen verdwijn ik wel van het toneel. Ik zou het voor de kwaliteit van mijn leven iets rustiger aandoen. Een beetje meer stappen, fietsen en meer genieten. Ik zou mij bezighouden met de nummers van mijn dochter, dat zou ik zeker blijven doen. Op het podium blijven staan zolang ik kan en het verantwoord en aanvaardbaar is dat wil ik ook zeker blijven doen. “