Wanneer de temperatuur stijgt, zoeken mensen verkoeling. In Amsterdam springen bewoners dan in grachten, meren of buitenzwembaden. In Brussel blijft die optie onbestaande: er zijn geen buitenzwembaden en zwemmen in open water is verboden. Het contrast is groot. Waarom lukt wat in Amsterdam vanzelfsprekend lijkt, niet in Brussel?
Tekst, foto’s en video door Jeroen Hombroek

Wie door Amsterdam wandelt, kan moeilijk om het water heen. Grachten, meren en waterlopen maken deel uit van het stadsbeeld en spelen ook een rol tijdens hete zomerdagen. De stad telt tien officiële zwemplekken in open water, verspreid over meren en waterlopen, en daarnaast zes buitenzwembaden.
“In verhouding met andere steden hebben we aanzienlijk veel buitenzwembaden in Amsterdam die vooral dienen voor verkoeling en recreatie”, zegt Michael Welten, afdelingsmanager zwembaden in Amsterdam. “Maar als de mensen gaan vechten om de vierkante meters om huizen te bouwen, dan verdwijnen de zwembaden waarschijnlijk als eerste. Gelukkig hebben we sterke verenigingen zoals ‘red het buitenbad” die ervoor gezorgd heeft dat onze buitenbaden nog bestaan.”

Zwemmen in open water
In de Agenda zwemmen, het beleidsdocument over zwemmen en zwembaden in Amsterdam, staat dat men de buitenzwembaden in de stad absoluut moet behouden voor plezier en vooral verkoeling. Toch gebruikt 62 procent van de Amsterdammers open water om zich te verkoelen. Dat blijkt uit een onderzoek naar de behoefte van Amsterdammers.
“Overal waar een strandje, rivier of een meer is, springen mensen in. Ik denk dat dat iets typisch Nederlands is zoals fietsen”, zegt Karin Meijnders, locatiemanager bij het Sloterparkbad. In Amsterdam zijn er drie typen zwemplekken: officiële zwemlocaties, wildzwemplekken en plekken met zwemverbod. Dat is een groot verschil met Brussel.

“In Nederland is het toegestaan om overal te zwemmen. In alle greppels, meren of grachten, behalve bij bruggen, sluizen, havens en als het echt specifiek is verboden”, zegt Bernard Korte, Directeur van het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties. Zij focussen zich op veilig zwemmen in open water. In Brussel is het helemaal anders. Daar is het overal verboden om te zwemmen, tenzij het aangegeven is dat het wel mag. Dat is al een eerste groot verschil tussen Brussel en Amsterdam.
Tien officiële zwemplekken
Toch zijn er tien officiële zwemplekken in Amsterdam. Volgens Korte komen er jaarlijks ongeveer 800 officiële locaties bij in Nederland. Het verschil tussen een officiële en een wildzwemlocatie is dat officiële zwemlocaties door de provincie worden aangewezen en vallen onder de Europese zwemwaterrichtlijn. De waterkwaliteit wordt er regelmatig gecontroleerd en er wordt gecommuniceerd naar de mensen toe over de resultaten. De plekken moeten ook voldoen aan veiligheids- en inrichtingseisen. Wildzwemplekken zijn daarentegen niet officieel erkend. Ze ontstaan omdat mensen er toch zwemmen, zonder structurele controle van waterkwaliteit of veiligheid. Zwemmen op zulke plekken wordt gedoogd, maar niet actief aangemoedigd.

Slechte waterkwaliteit
“Voor ons is de veiligheid van de mensen het belangrijkste en op dit moment is de waterkwaliteit niet goed om veilig te zwemmen”, zegt Flore Schmit. Zij is projectbeheerder van de zwemvijver in Neerpede en werkt voor Leefmilieu Brussel. “We hebben vijf jaar geleden een testproject gedaan met Pool Is Cool en onze ervaring daarvan is dat waterkwaliteit het belangrijkste punt is. Die waterkwaliteit is niet constant dus kunnen we geen zwemzone openen.”
Het project ligt momenteel stil omdat er klachten zijn gekomen van buurtbewoners die niet willen dat de natuur verdwijnt en dat maakt het moeilijk. Dat beaamt Schmit. “Er zijn niet veel opties. Veel vijvers hebben bestaande functies en karakteristieken die belangrijk zijn voor de biodiversiteit en de natuur.
Over de toekomst is Schmit pessimistisch: “We zijn eraan aan het werken, maar het is en blijft Brussel. We hebben middelen nodig om het goed te doen, maar die middelen zijn er op dit moment niet in Brussel. Als we een zwemzone willen maken, dan hebben we ook mensen nodig voor toezicht, veiligheid en onderhoud en daarvoor hebben we een regering nodig om die middelen te krijgen.”
Geen toezicht
Leefmilieu Brussel wil geen zwemplek openen zonder toezicht. In Amsterdam is het helemaal omgekeerd. “In Nederland, en dus ook in Amsterdam, is er in al het binnenwater geen toezicht. Het is dus bijna overal zwemmen op eigen risico, ook in de officiële zwemzones”, zegt Bernard Korte, directeur van het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties. Hij vindt dat de overheid te weinig kijkt naar de risico’s bij het aanduiden van een officiële zwemlocatie. “De overheid is heel hard bezig met de waterkwaliteit te controleren voor officiële zwemlocaties. Daar gaat veel geld, tijd en energie naar toe en dat irriteert ons een beetje. Van een blauwalg is nog niemand gestorven.”

Korte vindt het jammer dat de overheid zich uitsluitend richt op proper water. “Er verdrinken nog altijd 150 mensen per jaar in open water en het is zeer jammer dat er geen aandacht voor is. Dus als ik België was, zou ik vanaf het begin zorgen voor een goede balans tussen de biologische veiligheid, schoon water en de fysieke veiligheid. Want als er iemand verdrinkt, dan blijft dat een zwemlocatie altijd achtervolgen.”

Hoe zorgt Waternet ervoor dat de waterkwaliteit optimaal blijft om buiten te zwemmen in Amsterdam? Ontdek het in de video hieronder.
Meer verhalen
Mijn Wenen is geen stad
“De natuur is mijn belangrijkste inspiratiebron”
Een verzwegen leven dat inspireert tot verzet