27 september 2022

Leen Dendievel: “Ik ben op dit moment zekerder van mezelf als schrijver dan als actrice.”

Het grote publiek kent actrice Leen Dendievel (36) voornamelijk door haar rol van transgender Kaat Bomans in de soapserie Thuis. Met die rol bracht ze het transgendergegeven in miljoenen huiskamers binnen. Maar Leen Dendievel doet nog veel meer. Met een diploma Toegepaste Psychologie op zak, schreef ze ondertussen al drie boeken: Hard, Asem en haar gloednieuwe romandebuut, Georges & Rita.
door Valerie Van Hove foto Leen Dendievel

Haar eigen tv-programma Kinderwens werd vorig jaar ook uitgezonden. Doorheen drie afleveringen praatte ze met verschillende Vlamingen over waarom zij al dan niet een kinderwens hebben. “Maar ik ben zeker niet Leen Dendievel, taboedoorbreekster. Ik ben gewoon Leen Dendievel, actrice en schrijfster.” Een portret van een (on)gewone vrouw.

We spreken af in Uitgeverij Horizon in Antwerpen. Een kwartiertje te vroeg bereik ik de straat van de uitgeverij. Ik besluit de buurt te verkennen om de tijd te doden, maar mijn wandeling is van korte duur, want daar is Leen Dendie vel al. Na een korte begroeting wandelen we de uitgeverij binnen. Het is een buitengewoon zonnige dag in oktober, dus daar profiteren we van. Op de grond van het terras maken we onszelf comfortabel. Ver genoeg uit elkaar en dan kunnen de maskers eindelijk af.

Hoe gaat het nu met u?
“Goed, gezien de omstandigheden. Maar alles is een beetje sneu. Ik heb net een boek uitgebracht, wat mijn lichtpuntje is van 2020. Maar er is geen Boekenbeurs. Signeersessies staan gepland, maar gaan die wel door kunnen gaan? Adverteerders zijn afgehaakt bij kranten, dus die kranten hebben minder ruimte en zijn dan kieskeuriger in welke auteur ze het eerst aan het woord laten. Dat zijn allemaal dingen die erbij komen.
Ik kan niet acteren en ik mis het acteren enorm. Ik ben op de eerste plaats een actrice. Het is ook niet zozeer dat ik nu niet kan spelen. Dat wist ik. Daar heb ik mij ook bij neergelegd. Maar dat ik in 2021 misschien niet meer ga kunnen spelen; dat is niet al- leen financieel heftig, maar daarnaast zit je ook met een intrinsieke drive, die niet vervuld wordt.
Dus wat ik nu doe is nadenken over wat ik kan maken. Maar er is leegte. Dat is tof, want je kan alles tot jou laten komen. Maar er is geen inspiratie, want het leven staat stil. Het gaat allemaal over corona. Ik had bijvoorbeeld altijd de weekendkrant van De Standaard en De Morgen. Ik heb De Standaard al opgezegd, omdat dat het eerste abonnement was dat verviel. Ik ga De Morgen ook opzeggen, want het gaat ofwel over politiek, ofwel over corona en dat inspireert mij niet. Dieptegesprekken inspireren mij. Boeken inspireren mij.”

“Thuis heb ik geen bureau.
Mijn bureau is een koffiebar.”

Gaat u dan zelf op zoek naar dingen, die u toch inspiratie kunnen geven?
“Nee, ik ga niet per se op zoek naar inspiratie. Ik lees wel boeken. Ik kijk een reeks. Ik ga wandelen. Maar ik krijg vooral inspiratie als ik aan het wandelen ben naar een bestemming, zoals een koffiebar. Thuis heb ik geen bureau. Mijn bureau is een koffiebar. Al mijn boeken zijn er geschreven. Georges & Rita ook grotendeels, tot aan de lockdown.
Inspiratie komt als je aan het leven bent en het leven is niet het leven op dit moment. Die inspiratie komt, als ik in de coulissen zit of als ik aan het wachten ben tijdens een repetitie en iemand iets tofs hoor vertellen. Of als ik een zin hoor in een film of een reeks en als ik naar de cinema ben gegaan. Dat gaat nu allemaal niet en dat is jammer.
Maar voor de rest gaat het goed, hoor (lacht).”

Uw debuutroman, Georges & Rita, gaat over een ouder koppel, dat beslist om samen euthanasie te ondergaan. Maar over euthanasie wordt -zelfs in deze tijden- liever niet gepraat. Hebt u daar zelf al een beetje verandering in gezien door uw boek?
“Nog niet echt, want het boek is nog maar pas uit. Maar ik voel wel dat het het juiste moment was om Georges & Rita te schrijven, want er wordt toch al iets meer over gesproken.
Ik heb wel al heel veel berichtjes gekregen van mensen die zeggen: ‘Mijn mama, mijn papa of ikzelf denk eraan om euthanasie te ondergaan.’ Ik heb ook veel berichtjes gehad van jonge mensen. Maar veranderingen heb ik nog niet gezien.
Er wordt, inderdaad, liever niet over euthanasie gepraat, maar dat geldt voor de dood in het algemeen. Alsof wij nooit dood zouden gaan. Zowel jij, als ik gaan ooit dood. Hopelijk nog lang niet, maar het is er wel. Ik wil daar met mijn omgeving over kunnen praten. Stel je voor dat ik hier straks de straat over steek en word doodgereden. Dan wil ik dat er bepaalde dingen gebeuren. Stel dat ik omver word gereden en voor de rest van mijn leven als een plant in een rolstoel moet zitten. Dat zou ik bijvoorbeeld niet willen. Dat ben ik niet. Dement worden, wil ik ook niet. Er moet over gepraat worden, zodat je tenminste weet waar je aan toe bent.
In mijn boek kan er afscheid genomen worden en als dat kan, is dat veel mooier dan dat mensen de hand aan zichzelf slaan en domme dingen doen. Dan kan je geen afscheid nemen. Dan komt die persoon er in een rolstoel uit of misschien komt die persoon er gewoon niet levend uit. Op dat moment blijf je achter met heel veel vragen, die nooit meer beantwoord zullen worden.”

U werd zelf al vroeg geconfronteerd met de dood, uw vader overleed toen u negentien jaar was. Werd daar thuis veel over gepraat? En heeft zijn vroege overlijden een invloed gehad op Georges & Rita?
“Wij zijn een West-Vlaamse familie. Daar wordt niet geweldig veel over gevoelens gepraat. Maar wij zijn wel nog dichter naar elkaar toe gegroeid. Ook al waren wij al zoveel handen op één buik. Er is daar uiteindelijk wel wat losgekomen. Maar wij hebben geen afscheid kunnen nemen. Dat is iets anders.
Toen mijn grootouders gestorven zijn, hebben we wel afscheid kunnen nemen. We zagen dat aankomen en dan werd er wel gepraat. Dan zie je ook de verschillende manieren, waarop mensen met de dood omgaan. Je voelt op dat moment dat afscheid nemen en rouwen heel individuele dingen zijn. Dat wist ik al, maar dan word je daar nog eens op gedrukt. En zo heeft het zien gaan van mijn grootouders natuurlijk wel een invloed gehad op Georges & Rita. Ik had nooit op die manier het afscheid in het deel over Georges kunnen schrijven, als ik mijn pépé en mémé niet had zien gaan.
In het boek is er een passage, waarin Walter vertelt dat Georges en Rita naar buiten worden gereden op een brancard, bedekt met een zwart deken, om het te verfraaien. En dat was ook echt wat ik dacht, toen ik zag dat ze mijn mémé naar buiten rolden. Ik dacht toen: ‘Ik weet dat jullie haar in een witte zak hebben gestoken en dan leggen jullie daar een lelijk, satijnen ding op. Maar dat maakt het niet beter, hé. Het is gewoon nog killer, want je hebt er een zwart ding op gelegd.’ Dat zijn zo’n realistische dingen die je gewoon kan gebruiken, omdat mensen die hetzelfde hebben meegemaakt dat ook herkennen. Ik ga ook niet mee in het wollige afscheid nemen. Het moest ook echt rauw zijn. Want de dood is ook rauw. Dat schuw ik niet. En dat wou ik er zeker insteken.”

U hebt nog een aantal dingen gedaan, rond onderwerpen die ook taboe zijn, zoals de rol van Kaat Bomans in Thuis of uw programma Kinderwens. Ook al uw boeken gaan over onderwerpen, die vaak taboe zijn. Is het voor u een doel om dingen bespreekbaar te maken?
“Eigenlijk mag niks taboe zijn, hé. Alles is des mensen. Maar dat klopt. Liefdesverdriet (Hard) is nog altijd een beetje taboe. Paniekaanvallen (Asem) zijn taboe. Het transgenderschap en het al dan niet hebben van een kinderwens, zijn ook taboe. Toevallig moei ik mij daar graag mee (lacht). Maar nee, ik kies daar niet voor. Dat komt op mijn pad en in mijn leven zijn er geen taboes. Het is gewoon wat het is. Niets menselijks is mij vreemd. En dat is een beetje hoe ik in het leven sta. Daarom begin ik aan iets en blijkt achteraf dat dat nog taboe is. Ergens wist ik dat dan wel, maar het is dan toch nog groter dan ik vooraf had verwacht. Maar ik ben zeker niet Leen Dendievel, taboedoorbreekster. Ik ben gewoon Leen Dendievel, actrice en schrijfster.”

Het acteren ligt nu stil door COVID-19. Iets waar niemand zich aan verwachtte. Is er iets wat u zou zeggen tegen de Leen van januari 2020, waar ze misschien iets aan gehad zou hebben tijdens de coronacrisis?
“Ik vrees dat je daar niks op kan zeggen. Ik ben ook redelijk positief gebleven. Ik heb wel mijn dip gehad. Een serieuze dip. Zo drie weken waarin ik dacht: ‘Alé, Leen!’ En ik geraakte daar niet uit. Maar dat is blijkbaar normaal, want heel veel collega’s hadden het.
Je kan wel zeggen: ‘Blijf positief!’ Maar het overvalt u. Ik ben redelijk positief gebleven. Ik heb alles, wat ik moest doen, goed gedaan. Ik heb er alles uitgehaald.
Nu heb ik het ook eventjes lastig, maar op een andere manier. En daar had ik mij ook niet op kunnen voorbereiden. Ik ben niet aan het acteren en ik ben op dit moment geen actrice. Je begint dan aan alles te twijfelen. Ik moest bij- voorbeeld onlangs iets voorlezen en ik heb gezegd dat ik dat niet ging doen. Ik voel mij onzeker. Ik heb het gevoel dat ik het niet kan. Ik ben op dit moment zekerder van mezelf als schrijfster of zelfs als psychologe, dan als actrice.”

Denkt u dat dat komt doordat ue al lang niet meer hebt kunnen acteren?
“Ja, zeker! Maar ik denk dat heel veel mensen in mijn sector datzelfde ervaren. Daarom was ik ook zeer blij om Daan Stuyven (DAAN) te zien bij Vandaag, want we hadden achteraf een gesprek en hij zei hetzelfde. En ik dacht: ‘Ik ben niet alleen!’ Ik dacht dat het aan mij lag. Hij zei dat hij zich echt geen muzikant voelde, omdat ook hij niet kan doen wat hij moet doen. ‘Je speelt dan wat, maar je denkt echt dat het slecht is,’ zei hij. Dat is echt een lastig gevoel. En dat is ook iets wat ik niet had kunnen zeggen begin januari. Ik weet ook nog niet hoe ik mij ga voelen in november of in december.
Gelukkig kan ik ook heel veel andere dingen en is mijn interesseveld breder, maar ik voel wel dat acteren mijn nummer één blijft. Ik mis dat enorm. Daar wil ik ook niet onzeker in worden. Ik weet wat ik kan. Ik weet ook wat ik niet kan.”

“Ik mag wel zeker en onbescheiden zijn, als ik weet dat iets goed is. Want dat zijn we te veel in België. Te bescheiden.”

Zo klinkt u als iemand die heel zeker is over wie ze is, maar in de podcastaflevering, Schoeters en Bellen van april 2019, vroeg radiomaakster Siska Schoeters: ‘Wat is een misvatting rond Leen Dendievel?’ Daarop antwoordde u: ‘Dat ik zelfzeker ben.’ Dat verbaasde mij.
“Ja, ik weet heel goed wie ik ben. Alleen denken mensen daardoor dat ik altijd zelfzeker ben. Maar er zijn dus ook dingen, zoals nu soms acteren, die mij onzeker maken. Dan ben ik niet zeker of ik het wel kan en dan ben ik onzeker. Dat heeft ook met een soort van gevoeligheid te maken. Mensen denken, omdat ik zo recht door zee ben, dat ik dan niet kwetsbaar ben. Maar jawel, keihard. Ik ben een gevoelsmens. Alleen blijf ik niet stilstaan. Ik ben iemand die vooruitgaat. Ik weet wat ik kan en daar ga ik zeker in door. Maar er zijn ook dingen, waarvan ik zelf niet goed weet of ik het wel kan. Vaak vind ik het dan wel spannend, dus doe ik het wel. Maar dan ben ik tegelijk ook onzeker. Ik ben een gevoelig mens. Ik heb ook mijn angsten en onzekerheden.
Ik mag wel zeker en onbescheiden zijn, als ik weet dat iets goed is. Want dat zijn we te veel in België. Te bescheiden. Dan denk ik: ‘Nee, nee, als je het kan, dan mag je dat ook zeggen. Punt.’ Dat vind ik wel. Daarin mogen we wat meer een Nederlander zijn.
Wanneer ik me dan onzeker voel, zeg ik dat ook, omdat het vaak niet gezien wordt. En vaak is ook de helft van die onzekerheid weg, als je het hebt uitgesproken.
Ik vind het ook gewoon belangrijk om mijn gevoelens te uiten. Daar ben ik niet onzeker in. Ik durf me wel kwetsbaar opstellen.”

De coronacrisis beïnvloedt het leven van iedereen, maar veroorzaakt ook een crisis binnen de cultuursector. Hoe ziet u de toekomst van de sector?
“Eerlijk? Ik weet het niet. Ik zat bij Vandaag en Herman Goossens (microbioloog aan de Universiteit Antwerpen) was daar ook te gast en hij vertelde over een sneltest. Als dat er is, dan kunnen we spelen, hé. Als mensen zich kunnen laten testen, wanneer ze weten dat ze die avond naar het theater gaan, kunnen we spelen.
Maar voor de rest weet ik het niet. Ik weet het echt niet. De theaterstukken die nu worden gespeeld, zijn stukken die in corona gemaakt zijn en waarbij men kon regelen dat er bijvoorbeeld maar twee acteurs zouden zijn. Maar de stukken die voor mij gepland waren, dat waren hernemingen, waarmee we overal ter lande zouden gaan spelen in cultuurcentra en dat staat nu serieus op de helling…”

Misschien weet niemand het op dit moment.
“Nee, inderdaad. Ik vind het wel een zeer goede denkoefening, om op zoek te gaan naar wat ik nog graag doe. We zullen dan wel even iets anders doen. Ik heb mezelf altijd beloofd om iets te doen dat ik graag doe. Ik draai mijn hand er niet voor om, om achter de kassa te staan. Ik heb dat al gedaan, maar ik doe dat persoonlijk niet zo graag. Ik zou dus liever iets doen wat ik graag doe. En dan denk ik, maar wat dan?
Er is wel al ergens een idee om iets te doen. Iets dat helemaal niks met de media te maken heeft. Iets anders. Handen uit de mouwen steken. Als er volgend jaar wordt beslist dat de tour weer niet kan doorgaan, dan kan ik dat doen.”

En waaraan denkt u dan?
“Dat ga ik nog niet zeggen (lacht). Dat moet nog vorm krijgen.”

Wie is Leen Dendievel?

• Leen Dendievel werd geboren op 1 december 1983 in Kortrijk, West-Vlaanderen.
• In 2008 verscheen ze voor het eerst op het scherm in Uit het leven gegrepen: 16+. Daarna vertolkte ze nog verschillende andere rollen, waaronder Stefanie in Spring en Kaat Bomans in Thuis.
• Ze is ook actief in het theater. Ze speelde mee in onder andere Brasschaatse Huisvrouwen en De Scouts Forever.
• In 2014 studeerde ze af als assistente in de psychologie.
• In 2016 schreef Dendievel haar eerste boek, Hard, gebaseerd op haar scriptie. Ze ging in het boek op zoek naar het antwoord op de vraag ‘Kan je sterven aan liefdesverdriet?’
In 2018 verscheen haar tweede boek, Asem, waarin ze de oorzaak van haar paniekaanvallen probeerde te achterhalen.
In het najaar van 2020 verscheen haar eerste roman, Georges & Rita.
• In 2018 trouwde ze met singer-songwriter, Udo Mechels.