27 september 2022

Mohamed Ridouani: “Ik was 23 jaar toen ik de eerste keer op restaurant ging”

Het zijn duidelijk drukke dagen voor de burgemeester van Leuven. Tussen overleg over de nieuwe corona-maatregelen door kan Mohamed Ridouani me toch nog ontvangen. We praten in een digitale vergaderzaal en de koffie moet ik zelf inschenken, maar we zitten toch tegenover elkaar. Vanaf het begin heb ik het gevoel dat ik met iemand uit de buurt praat, in plaats van met een burgemeester. In Leuvense tussentaal, die ik zelf ook vlot spreek, beginnen we aan ons gesprek.
door Sam Coremans foto’s stad Leuven

Het is een beetje een onvermijdelijke vraag dezer dagen: hoe bent u de lockdown doorgekomen?
“Het is natuurlijk stevig voor iedereen hé, ook voor mij. Ik zit van ‘s morgensvroeg tot ’s avonds laat achter de pc. Gelukkig kan ik veel thuiswerken, waardoor ik mijn gezin nog vaak zie. Het is wel eerder tussen al het werk door, want we zijn met Leuven best intensief bezig.”

U hebt zich de laatste jaren ontpopt tot een gevestigde waarde in de Vlaamse politiek. Hebt u als zoon van arbeidersimmigrant ooit het gevoel gehad dat u meer uw best moest doen om hetzelfde te bereiken als een iemand anders?

“Mensen die uit een moeilijke of kwetsbare omgeving komen, moeten twee keer zo hard hun best doen. Mijn ouders hebben nooit de kans gehad op scholing, waardoor ze het schoolsysteem niet kenden. Ze beheersten het Nederlands veel minder goed en hadden daardoor niet zo’n goed netwerk. Het is zeker niet onmogelijk maar er zijn wel minder mogelijkheden, de berg is iets steiler. Waar je dan mee geconfronteerd wordt, is een dubbele ladder die je moet beklimmen. Dat is trouwens niet alleen zo voor kinderen van allochtone afkomst, maar dat zie ik ook bij een pak ‘Vlaamse’ gezinnen.’
Aan de ene kant is dat de economische ladder. Iedereen wil vooruit in het leven. Daarvoor moet je een diploma halen en een goede job vinden, om zo financieel vooruit te komen. Maar met minder middelen van thuis uit, is dat al stukken moeilijker. Aan de andere kant is er ook de sociaal-culturele ladder. Ik denk dat ik 23 jaar oud was toen ik voor de eerste keer op restaurant ging. Mensen denken sneller aan taal en netwerk als barrière, maar dat zijn ook ervaringen die je in een ander gezin met de paplepel binnenkrijgt. Daar is minder aandacht voor, maar het is evenzeer van belang. Die twee ladders heb ik zelf ook moeten beklimmen. Dan is alle hulp onderweg welgekomen. Ik heb echt moeten doorzetten, maar ik heb ook wel altijd de juiste begeleiding gevonden onderweg.”

Hebt u een rolmodel of een persoon waar u naar opkijkt, iemand die u gevormd heeft tot de persoon die u nu bent?
“Er zijn verschillende mensen in mijn leven die mij een duw in mijn rug hebben gegeven. Op de eerste plaats mijn ouders natuurlijk. Daarnaast had ik het geluk om dicht bij een wijkwerking te wonen, de Straatmus. Ik heb daar bijvoorbeeld leren lezen en schrijven voor ik naar school ben gegaan. Dat was een enorme duw in de rug. Zo ben ik gaandeweg veel mensen tegengekomen die een juiste invloed hebben gehad op mij.”

Hebt u bewust gekozen om met uw slogan #MeeMetMo de naam Mohamed in te korten?
“Nee hoor, ik vind Mohamed een mooie naam! Mijn vrienden noemden mij altijd al Mo, zoals ze tegen Jeroen Meus ‘de Jerre’ zeggen. Het is inderdaad iets toegankelijker, maar in de officiële communicatie gebruik ik altijd mijn volledige naam, hoor.”

Uw beleid is duidelijk geïnspireerd door uw levensloop. Wat wil u nog meegeven in dat beleid?
“Er zijn veel zaken eigenlijk. Een heel belangrijke vind ik: geef je ervaringen door. Ik sta erop dat mensen in een leiderspositie hun ervaringen delen, waardoor de volgende generatie geïnspireerd raakt en niet per se dezelfde ladders moet beklimmen. Hun weg is al wat geëffend door de vorige. We zouden aan nog meer jongeren duidelijk moeten maken dat ze kansen hebben, moeten doorzetten. Dat er mogelijkheden zijn voor hen.”

“Ik vind dat ik

het mooiste beroep ter wereld heb.”

Leuven valt tegenwoordig in de prijzen: Capital of Innovation, sport en milieuprijzen. Kan u met zo’n grote projecten nog enthousiast zijn over bijvoorbeeld een speeltuintje?
“Ik vind dat ik het mooiste beroep ter wereld heb. Ik kan met omvangrijke zaken bezig zijn zoals die I-Capital, grote Europese projecten waarbij we wereldwijd Leuven op de kaart zetten. Ik heb interviews gegeven aan Amerikaanse kranten over Leuven. Dat doet me natuurlijk veel plezier, maar ik kan evengoed voldoening halen uit kleine dingen. Een nieuw speeltuintje maakt de buurt beter, het verbindt en verbetert de stad. Wanneer ik een ‘Buddy’ (nvdr, studiebegeleiding systeem dat Ridouani heeft opgestart als schepen) bezoek, word ik warm vanbinnen als ik zie dat die jongeren zo intensief bezig zijn met elkaar. Bij zo’n kleinere dingen krijg ik vaak directe feedback van inwoners. Dat vind ik leuk.”

Uw ‘Buddy’ project is onlangs overgenomen door Ben Weyts (NV-A, minister van Onderwijs). Zijn er nog Leuvense projecten waar Vlaanderen een voorbeeld aan kan nemen?
“Ik zie elke dag dingen. De manier waarop wij hier zo veel mogelijk kansen proberen te bieden aan iedereen, de manier waarop wij met de diversiteit omgaan. Leuven moet een stad zijn van diversiteit en openheid, en ook respect voor elkaar. Daar zie ik streng op toe. Wij hebben 171 nationaliteiten, de hele wereld komt hier samen dankzij de universiteit. Er wonen hier bijvoorbeeld heel veel Chinezen. Elk jaar vierden ze Chinees Nieuwjaar achter gesloten deuren. Ik zei ook: doe dat toch hier? Ze waren verbaasd dat dat zelfs mocht. Ondertussen hebben we hier al twee jaar een optocht met draken en tijgers. Dat is toch fantastisch? Maar ik zei ook, vertel de filosofie erachter. Vertel waarom dat jullie dat doen, zo betrekken we alle gemeenschappen. Iedereen is vrij om zijn identiteit te beleven zolang het verantwoordelijk is voor de gemeenschap. Dat zou ik graag in heel België zien.”

Kriebelt het bij zo’n dingen dan niet om uw stempel te drukken op het hele land?
“Die vraag wordt mij vaak gesteld, recent nog met de regeringsvorming en het voorzitterschap van de partij. De waarheid is, ik ben iemand die nogal rechtlijnig is. Ik ben verkozen tot burgemeester en dat is een rechtstreeks mandaat. Een minister, voorzitter en parlementair word je door je partij. Mensen kiezen voor u als burgemeester, hé. Om dan te zeggen na anderhalf jaar: ik kuis hier mijn schup af en ga naar het volgende, ik zit zo niet in elkaar. Ik wil eerst mijn visie en de visie die ik heb voor Leuven waarmaken en dan de volgende stap zetten. Trouwens, ik vind burgemeesterschap als een stad van Leuven eigenlijk even waardevol als die jobs in Brussel. Het is belangrijk om in het leven een beetje rechtlijnig te zijn.”

“Ik heb een visie op lange termijn en stap voor stap werken we daarnaartoe, maar dat hoeft allemaal niet morgen.”

Denkt u dat u uw visie ooit volledig zal kunnen verwezenlijken als burgemeester van Leuven?
“Nee, een stad is eigenlijk nooit af. Dat hoeft ook voor mij helemaal niet. Steden en samenlevingen evolueren elke dag met nieuwe inzichten, mogelijkheden en ideeën. Ik heb een visie op lange termijn en stap voor stap werken we daarnaartoe, maar dat hoeft allemaal niet morgen, hé.”

Het valt op dat u een duidelijke visie voor ogen hebt. Bent u een idealist?
“Ja, ik denk het wel, maar wel een idealist die graag van zijn idealen werkelijkheid maakt. Een praktische idealist. Zonder idealen zou het vuur snel uitgedoofd zijn, denk ik. De dag dat ik het vuur voel doven dan is het tijd om de vacatures even uit te pluizen. In om het even welke job heb je een drijfveer nodig. Een drijfveer kan je hebben als burgemeester, als ondernemer, als leerkracht… Dat is zo’n beetje de visie die Gramsci (nvdr: Italiaanse filosoof) heeft. Je moet met een bepaalde wilskracht dingen doen. Zelfs al doet dat de wereld niet in de andere richting draaien, betekenis haal je door wat je bijdraagt in het leven van anderen, aan de samenleving… Dat kunnen ook kleine dingen zijn. Volgens mij zit daar veel betekenis in.”