25 juni 2024

Tara Jacobus trok naar Act.ival for Future in Duitse Lübeck en had er een gesprek dat veel indruk op haar maakte: “Diana kan nooit meer leven zonder angst”

Studente Journalistiek Tara Jacobus nam deel aan Act.ival for Future in het Duitse Lübeck, een conferentie waar jongeren uit heel Europa van elkaar leren over verschillende maatschappelijke onderwerpen. Tussen de workshops, concerten en activiteiten door, had Tara een gesprek met een meisje uit Oekraïne. Dat maakte een diepe indruk.

Tijdens een stadswandeling in Lübeck raak ik aan de praat met een Oekraïense vrijwilligster. Er gebeuren allerlei dingen rondom ons: een man stapt in de auto en slaat de deur dicht, een familie speelt op het grasveld, honden blaffen naar elkaar, een vrachtwagen piept om aan te geven dat ie achteruit rijdt … Allemaal dagdagelijkse dingen waar ik nooit bij stilsta. Tot een helikopter overvliegt. Ze schrikt op en kijkt rond. “The sound of the helicopter sounds like a Russian plane, it’s a bit scary”, zegt ze. “Het geluid van auto’s die plots snel rijden of vliegtuigen die passeren … Ik moet mezelf eraan herinneren dat ik in Duitsland ben.” Ik weet even niet wat zeggen of zelfs denken; mijn brein kan haar opmerking niet meteen verwerken. Ik vraag haar of we kunnen praten over de oorlog in haar land en dat vindt ze absoluut geen probleem.

Toen ik hoorde dat er jongeren uit Oekraïne op Act.ival waren, was ik verrast, want hoe kan iemand zomaar de oorlog ontvluchten voor een weekendje weg? Ze vertelt me dat er enkel langere wachttijden zijn aan de grenzen, maar voor de rest kan je overal heen. Ze moeten checken of je geen spion of deserteur bent. Dat kan wel even duren zegt ze. Ik vraag haar of ze er ooit al aan gedacht heeft om te vertrekken uit Oekraïne. Ik krijg een antwoord waar duidelijk goed over nagedacht is: als ze zouden vertrekken, moet ze haar vader achterlaten. Hij zou sowieso vechten, domme dingen doen en sterven. Dus blijven ze samen in Kharkiv. Haar familie heeft wel al besloten dat ze niet onder Russisch bewind zullen leven. Als Rusland hun stad overneemt, vertrekken ze. Het heeft niet veel gescheeld in het begin van de oorlog. Kharkiv was één van de eerste steden aan de frontlinie. De straten vol tanks, Russische soldaten op elke straathoek, internet valt voortdurend weg. Kharkiv vocht terug en won. Ondertussen is het er rustig, zegt ze. “De bommen vallen niet meer elke vijf minuten. Ik woon ook op de eerste verdieping dus ik geraak altijd snel in de schuilkelder.”

We komen aan de volgende opdracht van onze tocht, maar ik wil het gesprek niet zomaar stopzetten en ik wil ons gesprek zeker niet eindigen met het hardste dat ik ooit gehoord heb. Ik vraag haar hoe haar stad eruit ziet en of ze er graag woont of woonde. Ze toont me foto’s van de gebouwen, oude Sovjetgebouwen: bombastische betonnen appartementsblokken. We lachen ermee, want zo’n gebouwen worden altijd gebruikt in films om de duistere kant te symboliseren. De ironie.

Ik had enkele uren nodig om ons gesprek te verwerken. Een jonge Oekraïense van wie ik de naam niet eens weet, heeft een permanente plek gekregen in mijn hoofd en in mijn hart. We zien elkaar nog even in het station van Hamburg. Wij keren terug naar Brussel, zij en haar vrienden naar Oekraïne. Onze blikken kruisen elkaar. Ik geef haar een glimlach en zij glimlacht terug. Ik weet niet waarom, maar ik voel een band. Misschien was ze gewoon beleefd. Misschien lachte ze naar iemand naast me. Het maakte iets in me los, die glimlach.

Bij thuiskomt besluit ik haar op te zoeken. Iemand anders kon me haar naam geven: Diana. Diana Razumova, een dame van formaat. Ze is zestien jaar, woonde in Marioepol en verhuisde naar een andere stad, waarschijnlijk dus Kharkiv. Ze schreef al verschillende stukken over de oorlog en zat in een podcast van de University of Virginia. Ik heb ondertussen haar stukken gelezen en de podcast beluisterd en weet eigenlijk nog minder hoe ik ermee moet omgaan. Het raakt me diep hoe je zo jong al moet omgaan met zo’n grote problemen. Diana kan nooit meer gewoon leven, zonder angst. En toch gaat ze verder. Ze strijdt voor haarzelf, haar stad, haar land. Diana, ik denk aan je. Ik bewonder je kracht en doorzettingsvermogen. Ik ben je dankbaar voor je openheid. Hou je goed.